Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hebbende werd toegekend. — Rechtb. Roermond 30 November 1911; W. 9282.

1400. Mr. J. C. van Oven. Art. 2014 B. W. (naar aanleiding van gemeld vonnis Rechtb. Roermond 30 November 1911; W. 9282). — W. v. N. R. 2210.

1401. Onder „verliezen" wordt verstaan het zoek en daardoor tijdelijk of voortdurend buiten beheer van wien dan ook, geraken eener zaak. — H. R. 29 Juni 1883, conc] conf.; W. 4929; R. W. v. N. 542; N. R. LXXXIX, 253.

1402. Hij, die roerend goed revindidiceert van dengene, in wiens handen het wordt bevonden, moet stellen, dat het gerevindiceerde is ontvreemd of verloren. De revindicatie is gegeven tegen iederen houder, zonder dat daarbij wordt onderscheiden tusschen den dief of vinder en dengene die de zaak van dezen mocht hebben verkregen. — Hof 's-Gravenhage 18 Januari 1892; W. 6231; P. v. J. 1892, 38.

1403. Hij, die in het bezit is van bepaalde roerende goederen, is, buiten het geval van ontvreemding of verlies gewaarborgd tegen een revindicatie, zoolang niet is gebleken, dat hij is begonnen voor een ander te bezitten. — Rechtb. Amsterdam 11 April 1893; P.

v. J. 1893, 59.

1404. Volgens het tweede lid van

ait artikel is, behalve van „verloren en gestolen goederen", geen revindicatie toegelaten van goederen welke op andere wijze tegen den wil van den eigenaar uit zijn bezit zijn geraakt. — H. R. 29 Juni 1883, concl. conf.; W. 4929; R. W. v. N. 542; N. R. LXXXIX, 25s!

goederen is beperkt tot verloren of gestolen voorwerpen. Tengevolge van de wijziging in dit artikel gebracht, is de revindicatie ook nu niet toegelaten van roerende goederen, die verduisterd zijn. — Rechtb. Utrecht 30 Mei 1888; W. 5597; W. v. N. R. 992; R. W. v. N. 628.

1406. Alleen ingeval de roerende goederen verloren of gestolen zijn, heeft de eigenaar daarvan de revindicatoire actie. — Rechtb. Maastricht 7 Juli 1891; W. 6123; R. W. v. N. 731. (Verniet, bij het volgende arr.)

1407. De eigenaar van roerend goed heeft de bevoegdheid om dit te revindiceeren, ook als dit goed noch verloren, noch ontvreemd is. — Hof 's-Hertogenbosch 29 Maart 1892; W. 6181; R. W. v. N. 743.

1408. De rechtsregel van dit artikel sluit elke revindicatie van roerend goed tegen den bezitter uit, tenzij dit mocht zijn verloren of ontvreemd. Deze twee uitzonderingen op den algemeenen regel mogen niet worden uitgebreid. — Rechtb. 's-Gravenhage 8 Maart 1899; W. 7279; W. v. N. R. 1552.

1409. De revindicatie van roerend goed kan worden ingesteld tegen iederen houder (niet civiel-bezitter); zij is niet beperkt tot het geval van diefstal of ontvreemding. — Rechtb. Amsterdam 2 Maart 1906; W. v. N. R. 1948.

1410. De revindicatie bedoeld in art. 2014, al. 2 B. W. kan slechts worden ingesteld, wanneer de gerevindiceerde goederen zijn verloren of ontvreemd. — Hof Amsterdam 24 Juni 1909; W. 8907.

1405. De revindicatie van roerende 1411. Beschikking vanwege de ge-

Sluiten