Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als eisclier is opgetreden, buiten het proces worden gezet. — Hof Arnhem 4 Maart 1908; W. 8817; W. v. N. R. 2051; W. v. Not. 186.

97. Art. 165 B. W. bevat een voorschrift door de gehuwde vrouw of haar echtgenoot in acht te nemen, doch legt niet aan dengeen, die eene gehuwde vrouw in rechten roept, de verplichting op, om dan tevens den man tot bijstand zijner vrouw in rechten te roepen. — Kantong. Amsterdam I 5 November 1909; W. 9109. (Zie no. 360 Deel I.)

98. Geen enkel wetsartikel verbiedt eene in gemeenschap van goederen gehuwde vrouw in rechten te betrekken. Art. 165 B. W. wijst veeleer op het tegendeel. — Rechtb. 's Gravenhage 14 November 1911; W. 9273; W. v. Not 340. — Rechtb. Amsterdam 19 April 1912; W. 9384

Art. 160.

99. De uitzondering van art. 166, 2°. B. W. is niet toepasselijk, wanneer eene tot scheiding van tafel en bed procedeerende vrouw, krachtens de presidiale beschikking, waarbij aan den man is opgelegd, haar hangende het geding een vast maandgeld uit te keeren, tot verzekering daarvan een conservatoir arrest heeft gelegd en daarna tot vanwaarde verklaring daarvan procedeert — Hof 's-Gravenhage 5 December 1910; W. 9108.

100. Krachtens art. 166, 2°. B. W. behoeft de vrouw niet den bijstand des mans tot het instellen eener vordering tot levensonderhoud, die zij verzuimd had bij hare vordering tot scheiding van tafel en bed in te stellen. — Rechtb. Middelburg 19 October 1911; W. 9274.

101. De bevoegdheid bij art. 166, 2°.

| B. W. aan de vrouw toegekend, brengt mede de bevoegdheid der vrouw om zich van rechtsgeleerden bijstand te voor| zien. Na verzoening der echtgenooten kan de betaling der kosten van den man als hoofd der gemeenschap worden gevorderd. — Rechtb. 's-Gravenhage 28 Mei 1912; W. v. N. R. 2220.

Art. 1(57.

102. Eene gehuwde vrouw, op haar verzoek door de Rechtbank gemachtigd om in eene procedure als gedaagde in rechten te verschijnen, kan later niet de niet-ontvankelijkheid van den eischer

j in zijne vordering beweren, op grond, | dat haar man niet mede tot haren bijstand in rechten geroepen is. — Rechtb. Haarlem 25 Januari 1910; W. 9i22.

103. Art. 167 B. W. heeft alleen op het oog te voorzien in het geval, dat de man weigert zijne machtiging te verleenen tot

j eene bepaalde rechtshandeling of eenen bijzonderen rechtsstrijd; de ingevolge dit artikel door de Rechtbank te verleenen machtiging kan dan ook slechts deze beperkte strekking hebben. — Rechtb. Maastricht 24 April 1911; W. v. N. R. 2161.

Art. 168.

104. Wanneer eene gehuwde vrouw afzonderlijk van haren man handel drijft, moet zij voor openbare koopvrouw worden gehouden. — Rechtb. Maastricht 17 October 1909; Mb. Dw. 99.

Art. 169.

105. Ingeval na scheiding van tafel en bed de woonplaats der echtgenooten niet meer in hetzelfde kanton is gevestigd, is ook geen Kantonrechter bevoegd om de in art. 169 B. W. bedoelde mach-

Sluiten