Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

474. De gemeenteraad is bevoegd bij verordening te verbieden, dat op eenig plein, „voor het publiek toegankelijk", anders worde gebouwd dan met inachtneming eener door den raad vastgestelde rooilijn ; ook al is dat plein slechts voor het publiek toegankelijk krachtens bloot gedoogen van den eigenaar. — H. R. 30 Mei 1910, concl. conf.; W. 9047; P. v. J. 1910, 964 ; W. B. A. 3204 ; Gemst. 3090; N. R. CCXV, 242.

475. Volgens art. 625 B. W. mag eene gemeentelijke verordening niet zoover gaan, dat daardoor het vrij en uitsluitend gebruik als eigenaar — ingevolge art. 679 B. W. de bevoegdheid tot afsluiting medebrengende — wordt opgeheven en feitelijk de toestand intreedt, dat de gronden ook tegen den wil van den eigenaar voor het publiek toegankelijk zijn en moeten blijven. — H. R. 10 Februari 1913; W. 9466.

476. De actio negatoria komt den eigenaar toe in al die gevallen, waarin zijn eigendomsrecht wordt aangetast of zelfs maar op zoo ernstige wijze wordt betwist, dat aantasting van dat eigendomsrecht staat te vreezen en hij er daarom belang bij heeft zijn eigendomsrecht tegenover hem, die dit aantast of dermate ernstig betwist, door den rechter te doen erkennen. Dit is onder anderen het geval wanneer een particuliere weg ten onrechte op den legger der wegen wordt geplaatst. - Rechtb. Utrecht 11 Mei 1910; W. 9267.

477. Een keur van een waterschap mag wel het recht van beschikking over den eigendom van een ingeland beperken, maar mag niet zoover gaan om den ingeland een bepaalde wijze van beschikking over een deel van zijn eigendom, in casu bestaande in de verplichting om zijn grond tot water te vergraven, af te dwingen. — K. B. 18 Februari 1910,

no. 35; R. v. S. 1910, 192; W. B. A. 3170; Lutt. 1910, 89.

478. Wanneer de maker van een brug deze heeft gemaakt in overleg en met steun van een openbaar bestuurslichaam onder beding, dat die brug ten dienste van het publiek zou zijn, dan kon de maker-eigenaar niet eigenmachtig aan die brug de bestemming tot publiek verkeer ontnemen. — Hof Arnhem 9 Maart 1910; W. 9061; W. B. A. 3220.

479. Wanneer tengevolge van een bij gemeenteverordening uitgevaardigd verbod om zekere straat met voertuigen te berijden, een pakhuis voor den eigenaar onbruikbaar wordt, dan staat dit aan de wettigheid der bepaling niet in den weg, daar haar vooromschreven gevolg neerkomt op eene krachtens art. 625 B. W. geoorloofde beperking van den eigendom. — H. R 30 October 1911, concl. conf.; W. 9235; Gemst. 3144; W. B. A. 3268; N. R. CCXIX, 99.

480. Welke ook de grond moge geweest zijn om aan art. 625 B. W. toe te voegen de woorden „mits men aan de rechten van anderen geen hinder toebrenge", de beteekenis daarvan kan toch niet zijn om andere gronden aan te nemen voor de aansprakelijkheid van den eigenaar voor handelingen van derden dan in art. 1403 B. W. zijn uitgedrukt. — H. R. 10 December 1909, concl. conf.; W. 8944; P. v. J. 1909, 909 ; W. v. N. R. 2096; N. R. CCXIII, 281 (met bevest. Hof Amsterdam 11 December 1908; W. 8894.)

481. Eenmaal overdracht van eigendom gedaan zijnde, kan niet beweerd worden dat die overdracht slechts pro forma is geschied om het voorwerp van den eigendom aan de executie door derden te onttrekken. Een eigendomsrecht

Sluiten