Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weg der verschillende gebruikers naar den openbaren weg, dan moet die weg ook rechtens als buurweg worden beschouwd, tenzij aannemelijk worde gemaakt, dat het gebruik van dien weg berustte op zuivere willekeur aan den eenen kant en zuiver gedoogen aan den anderen kant. — Rechtb. Tiel 26 Juni 1909; W. 8980.

558. Voor het verkrijgen van het recht in art. 719 B. W. omschreven zijn niet voldoende daden van zuivere willekeur of eenvoudig gedoogen, ook al heb ben zij geleid tot een tal van jaren gehandhaafden toestand. — Hof Arnhem 7 April 1909; W. 8923 (Bevest. bij het volgende arr. H. R.)

559. Wanneer is komen vast te staan, dat een weg aanvankelijk niet was een gemeene weg, aan verscheidene geburen tot een uitweg dienende en dus niet tot zoodanig gemeenschappelijk gebruik bestemd, is zoodanige bestemming enkel uit het voortdurend en ongestoord gebruik zelfs door een der geburen niet af te leiden. — H. R. 17 Februari 1910; W. 8975; P. v. J. 1910,936; N. R CCXIV, 154.

560. Onder mede-gebruik in art. 719 B. W. is niet begrepen een gebruik louter krachtens uitdrukkelijke of stilzwijgende vergunning. — Hof Arnhem 5 Juni 1912; W. 9380.

561. Het voortdurend gébruik van een strook gronds als weg door twee geburen, waarvan de een eigenaar is van den grond, is niet voldoende om den weg tot buurweg te maken. Daartoe is noodig dat de weg ook tot gemeenschappelijken buurweg is bestemd. Hij, die zich op het bestaan van een buurweg beroept, heeft die bestemming te bewijzen. — H. R. 23 Mei 1913, concl. conf.; W. 9529; W. v. N. R. 2276.

(Aant. van prof. mr. E. M. Meijers het arr. in W. 9529.)

562. Hekken op een buurweg aangebracht en althans oogenschijnlijk met sloten afgesloten, zijn niet eenvoudige belemmeringen, zooals de gebruikers van den buurweg zullen moeten dulden, maar leveren op een ongeoorloofde vernietiging van den buurweg. —Hof's-Hertogenbosch 17 Maart 1908; W. 8816.

563. Het plaatsen van een draaihek, dat altijd door ieder kan worden geopend, belet het gebruik maken van een recht van weg niet en levert evenmin een bemoeilijking in de uitoefening van het recht op. — Rechtb. Rotterdam 10 Januari 1910; W. 9134.

564. Een buurweg ten gebruike enkel van weilanden bestemd, mag niet worden gebruikt ten bate van de exploitatie eener op een dier perceelen gestichte steenfabriek. Immers dit zou zijn het bezigen van dien buurweg tot een zoodanig ander en meer bezwarend gebruik, dan waartoe hij bestemd is, als zonder gemeene toestemming der geburen verboden is bij art. 719 B. W. — Rechtb. Tiel 27 December 1907; W. 8785; W.

v. N. R. 2059.

565. Vaststaand, dat zekere weg is een buurweg, kan geen der geburen er tegen opkomen, dat een hunner, bijv. door het bouwen en exploiteeren zijner school op een erf, het gebruik van dien weg verzwaart. Ieder gebruik, mits overeenkomende met de bestemming van den weg, is geoorloofd. De weg, bestemd tot uitweg van een perceel weiland, krijgt in den zin van art. 719 B. W. geen gewijzigde bestemming, wanneer hij tot toegangsweg naar de school wordt ge¬

bezigd. — Rechtb. Dordrecht 3 November 1909; P. v. J. 1909, 905.

Sluiten