Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maar heeft uitsluitend bedoeld hem eene aanspraak op een bepaald gedeelte van de waarde dier nalatenschap te waarborgen. — Hof 's-Gravenhage 23 December 1910; W. 9155; W. v. N. R. 2181; W. v. Not. 301. (Zie nos. 1192—1197 Deel II.)

624. De actie tot inkorting door een legitimaris ingesteld tegen zijne medegerechtigden in een onverdeelden boedel is niet ontvankelijk. De legitimaris heeft in dat geval tegen zijn deelgenooten geene andere actie dan die tot scheiding en deeling. — Rechtb. Zutphen 20 April 1911; W. 9208.

Art. 969.

625. Th. Borret. Het wettelijk vermoeden van art. 969 B. \V. (S. betoogt, dat het beter ware geweest dat de wetgever het door hem geschapen wettelijk vermoeden uitsluitend aan de medelegitimarissen als bewijsmiddel had geschonken, en niet aan iederen erfgenaam.) - W. v. N. R. 2120.

626. Art. 969 B. W. is van strikte uitlegging en is niet toepasselijk indien niet vruchtgebruik, doch wel een recht van dezelfde „strekking" wordt voorbehouden. .— Hof 's-Gravenhage 27 Maart 1914; W. v. N. R. 2312.

Art. 977.

627. Th. H. M. H. Borret. De historische ontwikkeling der testamentvormen van het Nederlandsch Burgerlijk Recht. — Ac. Pr. Amsterdam 1909. Aangek, door mr. A. J. B. Rijke in T. P. N. en F. X, 72. Beoord. door mr. Ph. B. Libourel in W. 9125.

Art. 982.

628. Bij beschikkingen als bedoeld in art. 982 B. W. kunnen slechts met name aangeduide kleederen enz worden gelegateerd. — Rechtb. Haarlem 18 April 1911; W. v. N. R. 2172.

Art. 1000.

629. Een testament, dat de inachtneming der wettelijk voorgeschreven formaliteiten vermeldt, bewijst dat die vormen inderdaad zijn in acht genomen, totdat de valschheid dier vermelding is aangetoond langs den weg van art. 176 Rv. •—Rechtb. 's-Gravenhage 16 Februari 1910; W. 9057; W. v. N. R. 2136.

Art. 1004.

630. Ingeval iemand is benoemd tot erfgenaam van den blooten eigendom, dan is die persoon als legataris te beschouwen. — M. F. 27 October 1908, no. 29; P. W. 10213; W. v. Not. 211.

631. Makingen van het recht tot overneming van tot de nalatenschap behoorende zaken zijn niet te beschouwen als legaten, maar als lasten aan de erfgenamen opgelegd. — M. F. 22 November 1909, no. 43; P. W. 10333; W. v. Not. 265.

632. Making van het recht van huur is geen legaat, maar een last. — M. F. 9 November 1911, no. 51; P. W. 10539; W. v. N. R. 2235; VV. v. Not. 367.

Art. 1005.

633. Wanneer is gemaakt een tot eene gemeenschap behoorend legaat, dan kan afgifte daarvan niet worden geweigerd op grond dat het legaat deel uitmaakt van eene gemeenschap, waarvan nog geene beschrijving is opgemaakt.

Sluiten