Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vatbaar en alzoo moet het recht zelf geacht deelbaar te zijn. — Hof Amsterdam 22 December 1911; W. 9366. Cassatie verworpen H. R. 6 December 1912, concl. conf.; W. 9439.

Art. 1113.

676. Aan art. 1113 B. W. ontleenen schuldeischers alleen de bevoegdheid om zich tegen scheiding en deeling der nalatenschap te verzetten, niet om op te komen tegen handelingen, die dienen om den boedel te vereffenen — Rechtb. 's-Gravenhage 20 Februari 1912; W. v. N. R 2205.

Art. 1118.

677. De toeziende voogd behoeft niet te worden betrokken in een geding, gevoerd ter beslissing van zwarigheden bij

de boedelscheiding ontstaan. — Rechtb. Alkmaar 21 Juni 1906; W. 8847.

678. Evenhuis. Artt. 451 en 1118 B. W. (o a. betreffende de vertegenwoordiging van den minderjarige door den deelvoogd, met antwoord der Redactie). — W. v. N. R. 2290.

Art 1120.

679. Mr. A. Nicol-Speijer. Notarisaanwijzing bij boedelscheiding. (S. betoogt de wenschelijkheid, dat de rechter bij verschil tusschen partijen over de keuze van een notaris, er een aanwijst, die noch door de eene, noch door de andere partij is genoemd.) — W. 9423.

680. Wel is waar geeft geen bepaald wetsartikel deelgerechtigden de bevoegdheid om, wanneer de bij vonnis bepaalde verschijning van partijen voor den notaris om de eene of andere reden niet kan doorgaan, zich tot den rechter te

wenden om een nieuwe dagbepaling te verzoeken, doch ook uit geen enkele wetsbepaling vloeit voort, dat zulks verboden zou zijn. Dergelijk verzoek behoort bij verzoekschrift te geschieden. — Hof's Gravenhage 11 December 1911 ; W. 9260; W. v. Not. 336.

681. Wanneer partijen zijn overeengekomen een boedelscheiding te doen verlijden bij akte, ten overstaan van een notaris, doch over de vraag, of de aanvankelijk door partijen aangewezen boedelnotaris als zoodanig zou blijven fungeeren, verschil ontstaat en dus de benoeming door den rechter moet geschieden, dan behoort de rechter niet te benoemen den notaris, tegen wien een der partijen al of niet gemotiveerde bezwaren had. — Hof Amsterdam 10 Juni 1912; W. 2239.

Art. 1121.

682. De Kantonrechter kan zijne goedkeuring aan eene boedelscheiding niet onthouden op grond eener fout, waaruit

in geen geval benadeeling der bij de

scheiding betrokken minderjarigen kan voortvloeien. — Rechtb. 's-Gravenhage 19 Juni 1913; W. 9486; W. v. Not. 409.

Art. 1122.

683. De Rechtbank is tot het geven van een bevel tot verkoop ex art. 1122 B. W. slechts dan bevoegd, wanneer de mede-gerechtigden met de verdeeling van de in gemeenschap bezeten goederen bezig zijn of die verdeeling bij rechterlijk vonnis bevolen is. — Rechtb. Breda 18 December 1908; W. 8878. (Zie no. 1785 Deel II.)

684. Het bevel tot verkoop van onroerend goed, bedoeld in art. 1122 B. W , kan ook worden verzocht, wanneer tus-

Sluiten