Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het bezwaarde goed", bedoeld in art. 1211 B. W. moet alles worden begrepen, waardoor het goed in een beteren toestand wordt gebracht. Derhalve is eene machine, welke geplaatst wordt in een reeds vroeger met hypotheek bezwaarde fabriek, onder het hypothecair verband begrepen.

— Rechtb. Utrecht 18 December 1912; W. 9435.

723. Indien door partijen niet anders is bepaald, strekt ingevolge art. 1210, 1°. B. W. de op het onroerend goed gevestigde hypotheek zich mede uit over zijn onroerend toebehooren, ook voorzoöver dit nè. de vestiging van de hypotheek aan het goed is toegevoegd. Dit laatste volgt uit art. 1211 B. W.— Hof Arnhem 17 Juni 1913; W. 9527.

Art, 1212.

724. Aan art. 1212 B. W. kan een mede-eigenaar van een onroerend goed niet het recht ontleenen om dat goed te bezwaren met eene hypotheek, die dan

— schoon op het geheel verleend — slechts geldig zou zijn op het onverdeeld aandeel des hypotheekgevers. — Rechtb. Utrecht 13 April 1910; W. v. N. R. 2108; P. v. J. 1910, 951.

725. In den zin van art. 1212 B. W. kan van geen verdeeling van het verbonden vast goed sprake zijn, wanneer dat goed door de gezamenlijke eigenaars aan een derde is verkocht. In dat geval zal echter de hypotheeknemer op een onverdeeld aandeel zijn recht kunnen vervolgen op het evenredig in de opbrengst van het geheele onroerend goed aan zijnen schuldenaar komende. — Rechtb Maastricht 7 December 1911; W. 9280; W. v. N. R. 2208; W.v.Not.354.

726. Art. 1212 B. W. is algemeen en onderscheidt niet of het onroerend goed

bezeten wordt in mede-eigendom (condominium), dan wel behoort tot een gemeenen boedel. — Rechtb. Maastricht 7 December 1911; W. 9280; W. v. N. R. 2208; W. v. Not. 354. (Zie no. 2134 Deel II.)

Art. 1214.

727. Wanneer op een stuk land door den eigenaar van dat land met een ander huizen worden gebouwd, die het eigendom van beiden worden en daarna door den eigenaar van het land hypotheek wordt gevestigd op het geheel als behoorden niet alleen het land, maar ook de huizen aan hem alleen toe, dan is die hypotheek geldig, voor zoover zij rust op het stuk land en de onverdeelde helft der huizen. — Rechtb. Utrecht 13 April 1910; W. v. N. R. 2108; P. v. J1910, 951.

728. De hypotheek door de in gemeenschap van goederen gehuwde vrouw alleen en op eigen naam, op een tot de gemeenschap behoorend onroerend goed verleend, mist rechtskracht. Die rechtskracht kan achteraf niet in het leven worden geroepen door eene latere goedkeuring, door den man tegenover den hypotheekhouder geuit, hetzij bij brief, hetzij door rentebetaling op de hypothecaire schuld als zoodanig. De nietigverklaring der overeenkomst van hypotheekverleening kan worden gevorderd, ook zonder dat tevens die van de overeenkomst van verbruikleening wordt geëischt. — Hof Amsterdam 28 Februari 1913; W. 9531; W. v. Not. 428.

Art. 1215.

729. Verval van recht van beklemming brengt niet alleen mede, verval van hypotheken, gevestigd op het recht van beklemming, doch ook van de hypotheek, gevestigd op de in beklemming

Sluiten