Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

volgens de overeenkomst moesten worden verschaft. — Rechtb. Rotterdam 6 Juni 1912; W. 9434.

Art. 1331.

858. De curator in een faillissement kan zich tegenover de hoofdelijke medeschuldenaren van den failliet niet meer beroepen op het voorschrift van art. 1329, al. 1 B. W., wanneer hij — door toe te laten, dat de geheele schuld in het faillissement werd geverifieerd — heeft toegegeven, dat de geheele schuld den failliet aanging (art. 1331 B. W.). — Rechtb. 's-Gravenhage 13 Mei 1912; W. v. N. R. 2222.

Art. 1332.

859. M. Oppenheimer. Deelbaarheid bij verbintenissen. — Ac. Pr. Leiden 1912. Beoord. door mr. H. van Goudoever in W. 9395, door jhr. mr. R. Feith in Them. 1913, 564 en door mr. C. W. Star Busmann in R. M. XXXII, 184.

860. Wanneer eene gemeente aan een particulier verpacht de jacht over geheel haar gebied, gronden aan bijzondere personen toebehoorend daaronder begrepen, en dan Gedeputeerde Staten weigeren die overeenkomst goed te keuren, voor¬

zoover het de eigendommen der gemeente betreft, dan is desalniettemin de gemeente verplicht om den pachter desgewenscht de jacht op de eigendommen van bijzondere personen te praesteeren. Immers in het algemeen is de bedongen praestatie deelbaar en er is geen grond om in dit bijzonder geval aan te nemen, dat partijen ondeelbaarheid hebben gewild. — Rechtb. 's-Hertogenbosch 19 November 1909; W. 9068.

861. De kooper van een gedeelte eener verhuurde pachthoeve met landerijen

kan niet aan art. 1612 B. W. het recht ontleenen wegens wanpraestatie van den huurder te vragen ontbinding der huur overeenkomst voor het door hem gekochte deel der pachthoeve, terwijl zij als één complex was verhuurd. — Rechtb. 's-Gravenhage 6 October 1910; W. 9069.

Art. 1346.

862. Ondeelbaarheid der hoofdverbintenis heeft niet ondeelbaarheid der i straf tengevolge; wanneer dan ook twee personen zich onder strafbeding hebben verbonden tot eene ondeelbare praestatie, dan zal de schuldeischer bij nietnakoming der hoofdverbintenis, van dengenen der schuldenaren, die deze nietnakoming heeft veroorzaakt en die dus daarvan de schuld draagt, de geheele ; boete of anders van ieder der schulde¬

naren slechts diens evenredig deel daarin kunnen vorderen. — Rechtb. Rotterdam 17 November 1909.

Art. 1353.

863. Een beding ten behoeve van derden kan rechtens slechts plaats vinden, wanneer die derden duidelijk en herkenbaar zijn aangewezen; dit is niet het geval, wanneer als derden worden aangewezen „de voormannen der Boeren in Zuid-Afrika". — Hof 's-Gravenhage 31 Maart 1913; W. 9488.

864. De bepaling van art. 1353 B. W. heeft de beteekenis, dat men ten behoeve van een derde een beding kan maken wanneer eene verbintenis, die men op eigen naam sluit, dat beding als last, als contrapraestatie bevat. — Hof's-Gravenhage 31 Maart 1913; W. 9488; W. v. N. R. 2264.

865. Wanneer twee personen overeenkomen beiderzijds een uitkeering te

Sluiten