Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

doen aan een derde, kan die derde daaraan geen vordering ontleenen krachtens art. 1353 B. W. omdat tusschen partijen geen geldige overeenkomst is ontstaan, waaraan het beding ten behoeve van den derde als voorwaarde of last moet zijn verbonden. — H. R. 21 November 1913, concl. conf.; W. 9609; W. v. N. R. 2296; W. v. Not. 449 (aant. van Prof. Meijers onder het arr. in W. 9609) (met verniet. Rechtb. Amsterdam 22 November 1912; W. 9516; W. v. N. R. 2262; W. v. Not. 427.)

Art. 1354.

866. Wanneer bij koopovereenkomst aan den kooper ten aanzien van het gekochte perceel eene verplichting (het daarin niet vestigen eener herberg) wordt opgelegd, dan verplicht dat beding dien kooper of zijne erfgenamen om opvolgende koopers dezelfde verplichting op te leggen. Bij verzuim hiervan zijn die kooper of zijne erfgenamen tot vrijwaring gehouden, maar mist de eerste verkooper rechtstreeksch verhaal tegen de volgende koopers. — Hof Leeuwarden 15 November 1911; W. 9322; W. v. Not. 354. (Zie artt. 449, 451 en 457 Deel III.)

867. Titulo singulari gaan persoonlijke bedingen betrekkelijk eenig onroerend goed buiten den uitgedrukten wil van de opvolgers, niet op de rechtverkrijgenden over. — Rechtb. Rotterdam 9 Januari 1911; W. 9249; W. v. Not. 367.

868. De huur eindigt niet door den dood van den huurder. — Kan tong. Nijmegen 22 Juni 1912; W. v. N. R. 2226.

869. Het door den hypothecairen debiteur gemaakt beding om in zeker geval het verhypothekeerde goed te mogen ontheffen van de daarop gevestigde hypo¬

theek, is een beding, dat dat goed zelf betreft en dat met het goed overgaat op de koopers, doch alleen tegen den hypothecairen crediteur, niet tegen diens rechtverkrijgenden onder bijzonderen titel. — Hof 's-Hertogenbosch 15 April 1913; W. 9590.

Art. 135(5, 1°.

870. P. A. J. Losecaat Vermeer. Wil en verklaring bij overeenkomsten. — Ac. Pr. Leiden 1913.

Prof. mr. J. C. Naber. Fides triumphatrix. (Beoordeeling van gemeld Ac. Pr.) — W. v. Not. 446, 447 en 448.

871. Wanneer een kooper per telegram prijsopgaaf vraagt en dan het telegram waarin die opgaaf wordt gedaan, door verminking een anderen prijs vermeldt dan inderdaad door den verkooper was bedoeld, dan komt pp grondslag van den prijs in het telegram vermeld, geene koopovereenkomst tot stand, ook niet wanneer de kooper antwoordt, dat hij tegen den „opgegeven" prijs kooper wil zijn, zeker niet, wanneer door de verminking van het telegram de prijs zoo laag werd, dat de kooper wel moest begrijpen, dat er eene vergissing in het spel was. — Hof Arnhem 6 April 1910; W. 9070; W. v. N. R. 2144; W. v. Not. 427 (met bevest. Rechtb. Tiel 7 Mei 1909, opgenomen onder no. 469 Deel III).

872. Niet de innerlijke wil, maar de toestemming, dat is de geopenbaarde wil, wordt door de wet tot het tot stand komen eener overeenkomst gevorderd. — H. R. 12 Januari 1912, concl. conf.; W. 9302 ; W. v. N. R. 2217; W. v. Not. 367; N. R. CCXX, 48. (Zie nos. 462 en 463 Deel III.)

873. Door aanbod en aanneming komt alleen dan eene overeenkomst tot stand,

Sluiten