Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het Algemeen Register no. 2 ten hypotheek kantore van het bestaan der erf dienstbaarheid in quaestie had kunnen kennis dragen. — H. R. 27 Juni 1913, concl conf.; W. 9538; W. v. N. R. 2283. (Vgl. aanteek. van Prof. mr. E, M Meijers onder het arr. in W. 9538.) (Zie no. 1683 Deel III).

1119. Art. 1538 B. W. mist toepas sing, wanneer niet wordt gevorderd nietigverklaring van den koop op de gronden, in dat artikel genoemd, doch schadevergoeding wegens lasten, die men beweert op het verkochte goed te rusten en die bij het aangaan van den koop niet opgegeven zijn. — Hof 's-Gravenhage 30 December 1912; W. 9455; W. v. Not. 398.

Art. 1540.

1120. Ook ingeval van een genuskoap is de verkooper tot vrijwaring wegens verborgen gebreken gebonden.

— Kantong. Amsterdam I 27 November 1908; W. 9033.

1121. Ingeval van het bestaan van verborgen gebreken, kan de kooper op grond van dat bestaan geene andere vordering instellen dan die de wet hem uitdrukkelijk heeft toegekend. — Kantong. Deventer 15 Februari 1910; W. 9026.

1122. Voor de instelling eener actie op grond van verborgen gebreken van het geleverde, is voorafgaande betaling van den koopprijs niet noodig. — Rechtb. Amsterdam 1 April 1910; W. 9170.

1123. De beschikking over het geleverde als wederverkooper staat aan de rechtsvordering ter zake van verborgen gebreken niet in den weg. — Rechtb. Amsterdam 1 April 1910; W. 9170.

1124. Volgens de wet zijn onder verborgen gebreken te verstaan die ongewone hoedanigheden van het verkochte goed die het ongeschikt maken tot het gebruik, waartoe het bestemd is of dat; gebruik verminderen ; derhalve moet het gebrek, waardoor dit niet of minder aan zijne bestemming beantwoordt in de hoedanigheid van het verkochte goed zelf gelegen zijn. Tot zoodanige gebreken behoort niet de mindere beurswaarde van verkochte aandeelen in eene naamlooze vennootschap. — Rechtb. 's-Gravenhage 17 Juni 1910; W. 9101.

1125. Ingeval eener vordering op grond van verborgen gebreken moet in de dagvaarding worden gesteld, dat het verborgen gebrek reeds ten tijde der levering bestond. — Kantong. Gorinchem 10 April 1911; W. 9258.

1126. Ook bij koop op proef van een paard is de verkooper gehouden voor verborgen gebreken in te staan, tenzij hij bewijze, dat het in den paardenhandel gebruikelijk is, dat gedurende den tijd, dat een paard op proef wordt gegeven. de kooper verplicht is tot een geneeskundig onderzoek en kome vast te staan, dat zoodanig onderzoek het bestaan van het verborgen gebrek aan het licht zou hebben gebracht. — Rechtb. Tiel 23 Juni 1911; W. 9291.

1127. De verkooper is slechts dan tot vrijwaring ter zake van een verbor¬

gen gebrek gehouden, wanneer dit het verkochte ongeschikt maakt voor het gebruik, waarvoor het bestemd was. Dit

gevolg behoort dus in de dagvaarding ter zake van dien vrijwaringsplicht te worden vermeld. — Rechtb. Maastricht 11 Januari 1912; W. 9385.

1128. Er kan geen sprake zijn van een beroep op een verborgen gebrek, als

Sluiten