Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1165. Ingeval is bedongen, dat het gekochte tegen „rembours" van een deel van den koopprijs zal worden geleverd, dan is ook de plaats, waar het gekochte tegen „rembours" werd overgegeven de plaats der levering en moet dus ook daar het restant van den koopprijs worden betaald. — Hof Arnhem 3 November 1909; W. 8991.

1166. De betaling van den koopprijs van op crediet gekochte en geleverde koopmansgoederen moet geschieden ter plaatse waar het gekochte zich tijdens den koop bevond. — Kantong. Groenlo 5 Juli 1910; W. 9113. (Zie nos. 1852— 1864 Deel III).

1167. Ingeval van verkoop op crediet geldt ter aanwijzing van de plaats van betaling niet art 1550, maar art. 1429 B. W. en moet dus ter woonplaats van den verkooper betaald worden. Hierin wordt geen verandering gebracht doordat de verkooper den kooper ter woonplaats des laatsten tot betaling deed sommeeren, door een reiziger betaling deed afvragen en ten slotte een wissel deed aanbieden. — Rechtb. Leeuwarden 2 Juni 1910; W. 9074.

1168. De verkooper van onroerend goed kan betaling vorderen onafhankelijk van de juridieke levering van art. 671 B. W. Voor wat betreft de feitelijke levering staat art. 1550 B W. niet aan de toewijzing van zijne vordering in den weg, wanneer is komen vast te staan, dat de verkooper alles, wat redelijkerwijze van hem gevorderd kan worden, heeft gedaan om tot die levering te geraken, maar het niet tot stand komen daarvan alleen is te wijten aan den onwil des koopers om het goed te aanvaarden. — Hof 's Gravenhage 1 April 1912; W. 9375.

Cremers, Aant. B. W., Ie s.

Art. 1554.

1169. Ingeval is bepaald, dat verkochte meubelen moeten worden geleverd omstreeks Mei, dan kan de kooper aan het door hem niet afhalen der meubelen geen recht op vernietiging der koopovereenkomst ontleenen. In de eerste plaats niet, omdat „omstreeks Mei" niet is eene tijdsbepaling der afhaling in den zin van art. 1554 B. W. en in

de tweede plaats niet, omdat het voorschrift van dat artikel uitsluitend ten behoeve des verkoopers nietigverklaring mogelijk maakt. — Hof Amsterdam 26 Februari 1912; W. 9465.

Art. 1571.

.

1170. De verplichting den verkooper van eene inschuld bij art. 1570 B. W. opgelegd, om in te staan voor het aanwezen daarvan, is geene andere dan de vrijwaringsplicht, in art. 1527 B. W. ! omschreven.

Artt. 1527 en 1532 B. W. maken voor elke vordering tot schadevergoeding op grond van vrijwaring, noodzakelijk het i stellen van den koopprijs. — Hof Amsterdam 20 Maart 1913 (met bevest. Rechtb. aldaar 19 Januari 1912); W. 9548.

Art. 1584.

1171. Krachtens art. 8 der Drankwet geldt als regel het recht van vergunning slechts voor den persoon des vergunninghouders; verhuring van dit recht aan een ander is dus in strijd met de wet en derhalve ingevolge art. 14 A. B. krachteloos. — Rechtb. Haarlem 25 Januari 1910; W. 9147.

1172. Wanneer feitelijk is uitgemaakt dat eene overeenkomst tot onderwerp had het afstaan van het genot van eenige

10

Sluiten