Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bruari 191'2; 1 en 2.

308

W. 9343; R. B. A. IV,

1236. Ook op den kleermaker, die niet geregeld voor een patroon aangenomen werk in stukloon maakt, zijn in verband met het bepaalde in art. 1637c, tweede lid B. W., de wettelijke bepalingen betreffende de arbeidsovereenkomst van toepassing. — Kantong Amsterdam 15 Mei 1912; R. B. A. IV, 5 en 6. (Zie no. 1233)

Art. 1637d.

gebracht, maar ook zelfstandig worden teruggevorderd. — Kantong. Schiedam 3 September 1912; R B. A. IV, 3. (Zie in anderen zin no. 2327 Deel III.)

Art. 1637/.

1241. De bepaling van art. 1637/ B. W. geldt alleen voor de vrouw als werkneemster, niet voor de vrouw als werkgeefster. — Kantong. Schiedam 2-5 April 1911; R- B. A. III, 20 en 21.

Art. 1637 </.

1237. Het bestaan ten aanzien van eene bepaalde soort arbeidsovereenkomst van een gebruik om deze slechts schriftelijk aan te gaan, belet niet dat eene mondelinge overeenkomst toch geldig is. — Kantong. Rotterdam II 19 September 1910; R. B. A. II, 26.

1238. Het beding eener arbeidsovereenkomst, dat in strijd is met een arbeidsverbod der Arbeidswet, is nietig. Kantong. Amsterdam 7 Juli 1911; R. B. A. III, 15.

Naar aanleiding daarvan een ingezonden stuk van mr. S. J. van Lier in R. B. A. III, 16.

Art. 1637e.

1239. Eene dienstbode, die om eene dringende reden de dienstbetrekking binnen 3 maanden na hare indiensttreding doet eindigen, is verplicht om den godspenning terug te geven, ook al is deze grooter dan het nog verschuldigde loon. — Kantong. 's-Gravenhage 13 December 1910; R B. A. III, 2 en 3.

1240. Wanneer een dienstbetrekking korter dan drie maanden heeft geduurd, kan de godspenning niet alleen in mindering van het verdiende loon worden

1242. Een minderjarige arbeider kan niet zelfstandig een verzoekschrift bij den Kantonrechter indienen, maar heeft ook daarbij den bijstand van den wettelijken vertegenwoordiger noodig.

_ _ ... _ i nt n .

Kantong. Harderwijk l reoruan ïvi^, R. B. A. IV, 13 en 14.

Art. 1637 L

1243. De bepaling van een reglement, dat alle veranderingen daarin ter kennis van de werklieden zullen worden gebracht, brengt niet mede, dat nu ook de werkgever gerechtigd is het reglement eenzijdig te wijzigen. — Kantong. Rotterdam II 11 Juli 1910; R. B. A. III, 1.

Art. 1637m.

1244. Wanneer bij advertentie arbeiders op eene bepaalde voorwaarde worden gevraagd, en dan — zonder dat verder van de arbeidsvoorwaarden wordt gesproken — worden aangenomen, dan kan de werkgever met beroep op een drukfout in de advertentie later niet beweren dat de arbeidsvoorwaarden eigenlijk anders zijn als in de advertentie staat vermeld. — Kantong. Heerenveen 11 Juli 1912; R. B. A. IV, 3.

Sluiten