Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den werkgever een dringende reden op om de dienstbetrekking te doen eindigen, zonder dat hierin verandering wordt gebracht doordat tusschen den werkgever en de vakvereeniging des stakers onderhandelingen over de opheffing der staking gaande waren. Des werkgevers recht op schadevergoeding gaat niet verloren doordat hij later den staker weer in dienst heeft genomen onder beding dat geen rancune-maatregelen genomen zouden worden. — Kantong. Groningen 7 Februari 1910; R. B. A. IV, 11 en 12.

1383 Wanneer een maatschappij tot het verhuren van auto's aan een chauffeur last geeft om in zijn vrijen tijd aan eene verzekeringsmaatschappij inlichtingen te gaan geven omtrent eene door hem gedane aanrijding, dan is de weigering van den chauffeur om aan dit bevel te voldoen geen dringende reden tot het doen eindigen der dienstbetrekking, indien tenminste niet blijkt, dat het noodzakelijk was, dat deze inlichtingen juist in den vrijen tijd van den chauffeur werden gegeven. — Kantong. Amsterdam II 24 Maart 1910; R. B. A. II, 23.

1384. Wanneer iemand, aan hethoofd eener filiaal geplaatst, het beheer daarvan bijna geheel verwaarloost, dan is dit een dringende reden om de dienstbetrekking binnentijds door eenzijdige opzegging te doen eindigen. — Rechtb. Amsterdam 25 April 1910; W. 9177.

1385. Er kan geen dringende reden tot het onmiddellijk doen eindigen der arbeidsovereenkomst worden aangenomen, wanneer de werkgever wel onmiddellijk na het zich voordoen der reden, de overeenkomst doet eindigen* maar desniettemin den arbeider, beweerdelijk uit medelijden met diens gezin, nog 14 dagen in dienst houdt. — Kantong.

's-Gravenhage 24 Mei 1910; R. B. A. 111,7.

1386. De verklaring van den arbeider aan zijn patroon, dat hij hem een dag in de volgende week in den steek zal laten, is geen dringende reden, die onmiddellijk ontslag rechtvaardigt. — Kantong. Amsterdam II 4 Juli 1910; R. B. A. II, 24 en 25.

1387. Het fingeeren van kooporders door een handelsreiziger is een dringende reden tot ontslag als bedoeld in art. 1639/) B. W. — Kantong. Alkmaar 20 Juli 1910; W. 9178; R. B. A. III, 14.

1388. Het zonder geldige redenen een dag te laat voldoen aan des werkgevers opdracht om zich aan zijn atelier (van decoratieschilder) te melden, is zoodanige tekortkoming van de zijde des werknemers dat een dadelijk ontslag daardoor gerechtvaardigd kan worden geacht. — Kantong. 's-Hertogenbosch 13 October 1910; R. B. A. II, 23.

1389. Iemand aangesteld tot hoofddirecteur van meerdere fabrieken, behoeft zich geene benoeming tot directeur van een dier fabrieken te laten welgevallen ; weigering dit te doen kan dus ook geen dringende reden tot ontslag als bedoeld in art. 1639/» B. W. opleveren. — Rechtb. Dordrecht 25 Januari 1911 ; W. 9201.

1390. Indien het door een kleermaker in dienst van een werkgever afgeleverde werk ten tijde van zijn ontslag zoo slecht is geworden, dat zijn werkgever naar aanleiding daarvan onaangenaamheden met zijne cliëntèle krijgt, dan is dit voor den werkgever eene dringende reden om de dienstbetrekking onmiddellijk en zonder vergoeding te doen eindigen. — Kantong. 's-Gravenhage 28 Januari 1911 ; R. B. A. III, 5.

Sluiten