Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

malen van meel. Hierin wordt geene verandering gebracht doordat voor al de goederen eene som in eens moet worden betaald en doordat niet alleen de goederen moesten worden geleverd, maar ook voor het in werking brengen van de gezamenlijke inrichting zekere werkzaamheden worden verricht. Immers daardoor wordt niel weggenomen, dat het voorwerp der overeenkomst hier niet was het tot stand brengen van een bepaald werk (art. 16376 B. W.), maar de levering van een aantal roerende goederen, terwijl de daarbij door den leverancier te verrichten werkzaamheden van ondergeschikten aard waren. — Rechtb. Rotterdam 28 Juni 1911; W. 9323.

1460. Wanneer tusschen partijen is overeengekomen, dat de eene partij aan de andere zal verschaffen een bonten kraag van zekeren prijs, vervaardigd uit vellen, door den leverancier verschaft, maar van welker qualiteit de andere partij zich vooraf had overtuigd, zonder dat overigens iets werd overeengekomen over de manier, waarop de kraag zou worden vervaardigd, dan moet die overeenkomst als koop en verkoop, niet als aanneming van werk worden beschouwd. — Rechtb. Amsterdam 7 Maart 1913; W. 9540.

Art. 1644.

1461. De betalingsplicht van den aanbesteder is niet afhankelijk van een certificaat van den architect. Immers het afgeven van zoodanig certificaat is niet eene onmisbare voorwaarde, waaraan het recht op betaling van de aannemingssom is gebonden, doch enkel een administratieve maatregel ten behoeve van den aanbesteder, die daarin den waarborg vindt, dat zijne betalingen telkens geschieden met deskundige voorlichting van zijn architect, terwijl het vanzelf

spreekt, dat de rechtsgrond van den betalingsplicht des aanbesteders ligt in het feit, dat de aannemer aan zijne verplichtingen heeft voldaan, niet in eenig getuigschrift van wien dan ook. — Rechtb. Almelo 6 December 1911; W. 9307. (Zie no. 2517 Deel III.)

Art. 1647.

1462. Voor de toepasselijkheid van art. 1647 B. W. is geene uitdrukkelijke „opzegging" door den aanbesteder noodig, het is voldoende dat deze handelingen heeft verricht, waaruit den aannemer ondubbelzinnig moest blijken, dat de aanbesteder van het contract afzag. — Rechtb. Rotterdam 8 November 1911; W. 9392. (Zie nos. 2563—2566 Deel III.)

Art. 1654.

1463. D. F. van Zetten. Het recht van beklemming. Rapport van het eerste internationale congres van landbouwvereenigingen en voor landelijke volksbeschrijving, gehouden te Brussel 19—22 September 1910. — W. v. Not. 276 en 277.

Art. 1689.

1464. Het voorschrift van art. 1689 B. W. sluit niet uit, dat iemand zijn gewezen vennoot ex art. 782 Rv. tot het opnemen van rekening en verantwoording kan dagvaarden. — Hof 's-Gravenhage 16 Januari 1911; W. 9147. (Zie no. 2692 Deel III.)

1465. Wanneer een der deelgenooten in eene maatschap scheiding en deeling van die maatschap vordert, dan moet hij vorderen scheiding en deeling van alles, wat krachtens de maatschap gemeen is en kan hij de vordering niet beperken tot enkele baten der maatschap. —

Sluiten