Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zakelijke concurrentie kan voordeelig zijn, persoonlijke concurrentie is het niet. Concurrentie kan leiden tot verkwisting.

Er zijn 3 soorten van monopolies: de natuurlijke, de beperkte feitelijke en de rechtsmonopolies.

individuen met een zwakke physieke aanleg geboren, wier groote geestelijke eigenschappen tot den vooruitgang der maatschappij niet weinig hebben bijgedragen, en die dus verloren zouden zijn gegaan bij geringe verzorging. Er is volstrekt geen waarborg, dat uit maatschappelijk oogpunt opruiming van de zwakkeren noodzakelijk is voor den vooruitgang, en in den maatschappelijken wedloop hebben oneerlijke, „rücksichtslose" menschen vaak betere kansen voor de overwinning dan de vele moreel hooger staande, die zelfs juist vaak ondei den voet worden getreden.

De schrijver Bastiat in zijn „Harmonies économiques", verheerlijkt de concurrentie. In diens beschouwingen is veel waars, maar men moet ook de schaduwzijde daarvan niet voorbij zien.

Allereerst moet men onderscheiden tusschen zakelijke en persoonlijke concurrentie. Ging het alleen over de zakelijk beste inrichting van het bedrijf en bijv. over de besparing van grondstoffen, door aanwending van betere machines enz. dan kan men aannemen dat de door Bastiat genoemde gunstige gevolgen uit de concurrentie inderdaad voortvloeien. Maar zoo gaat het niet altijd. Er ligt in de concurrentie een persoonlijk element nl. bij het gebruik van middelen die volstrekt niet bijdragen tot den maatschappelijken vooruitgang. Men kent het begrip van de „oneerlijke concurrentie". Hoe vaak wordt niet in een gros pennen geen 144 maar 135 stuks opgenomen, in de hoop dat gebruikers dit niet zullen nagaan; de fabrikant kan door het geringere aantal verkoopen tegen lagere prijzen. Een ander voorbeeld is het garen op een klosje enz. Het bedrog in deze richting is zeer verleidelijk en gemakkelijk, omdat het publiek vlug geholpen wil worden. Een voorbeeld van oneerlijke concurrentie is nog de vervalsching van levensmiddelen, welke vervalsching het groote publiek niet of moeilijk kan constateeren. Een ander voorbeeld, als bespaard wordt, beknibbeld wordt op het loon, als vrouwen- en kinderarbeid door den ondernemer in zijn bedrijf worden gebezigd om beter te kunnen concurreeren.

Ten 2e leidt concurrentie in verschillende gevallen tot verkwisting van kapitaal en arbeid. Als in een gemeente een tram is, dan is het veikwisting daarnaast in dezelfde straten een concurreerende tram toe te laten. Evenzoo is het gesteld met 2 electrische centrales, of gasfabrieken die hun kabels of buizen door dezelfde straten leggen. In Engeland zijn daarom vele oorspronkelijk kleinere spoorwegmaatschappijen tot één groote samengesmolten.

Doch in die gevallen moet men niet het aldus ontstane monopolie gaan verheerlijken, want bij dit monopolie is men nog minder zeker van de behartiging der maatschappelijke belangen. Om de concurrentie wordt de productie zoo ver voortgezet als mogelijk is, d. i. zoolang als nog met winst kan gepro duceerd worden, zullen er zich nog ondernemers opdoen, terwijl bij het monopolie een beperkte omzet met groote winst veel voordeeliger wordt geacht. Die monopolies moeten daarom onder zeer sterke controle van de gemeenschap staan.

Nu worden er verschillende monopolies onderscheiden. Zie le deel p. 64.

le. Natuurlijke monopolies. Hiervan zijn er slechts zeer weinig. Het zijn die, waarbij zij, die over een bepaalde vindplaats beschikken, ook zoogoed als geheel over het daar gevondene kunnen beschikken. Het radium wordt uit pechblende bereid, en dit wordt slechts op enkele plaatsen gevonden. Evenzoo

Sluiten