Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waarbij men steeds met een beperkt aantal stukken te maken heeft. Hoe is daar toch de toestand? Het teekenende hierbij is, dat veel beleggers van de markt eenvoudig geen gebruik maken en dus is het vlottend materiaal gering. Als nu iemand in blanco zooveel stukken gekocht heeft, dat de beschikbare voorraad geconcentreerd is, dan is er niet meer te leveren. Dit levert voor de baissespeculatie een groot gevaar op. In de overzichten der New-Yorksche beurs wordt de stijging in den koers der effecten van een bepaalde maatschappij gemotiveerd, niet, met een voorval bij de maatschappij zelf, maar met het feit dat baissiers tot dekking overgaan; en dit is begrijpelijk; men weet, dat men daar, bij de baisse, geen limite voor zijn verlies heeft, en de marktpositie de heele koerswisseling bepaalt.

In sommige effecten is dan ook eenvoudig geen handel meer, omdat de schrik voor eene eventueele concentratie van die effecten in ééne hand zoo groot is, dat men geen speculatie er in waagt.

Als een voorbeeld kan men in het verslag van de Javasche Bank over 1913 lezen over den pepercorner 1911—1912, waarbij een prijsverschil van f 41.— en f 29.— werd geconstateerd, zoodat de speculeerende groep enorme winsten moet hebben gemaakt, al gaat daarvan ook veel af wegens de insolventie van vele medespeculeerende Chineesche handelaren.

Yan meer belang zijn de duurzame combinaties tot regeling der productie.

In de 19de eeuw hebben betrekkelijk vroeg de ondernemers aan den lijve ondervonden, dat concurrentie tot het uiterste wèl de consumenten hielp aan een goedkoop product, maar de ondernemers zei ven ten slotte het loodje moesten leggen.

De pogingen tot verandering in dezen toestand waren oorspronkelijk op lossen voet gebaseerd. Er werden afspraken gemaakt over verpakking, berekening van tarra, wijze van credietverleening, beperkingen in de productie aan te brengen enz. Aan deze afspraken was in het begin het bezwaar verbonden, dat ze te goeder trouw gemaakt waren, zonder dat er rechtskracht aan was toegekend. Dikwijls bleek dan ook, dat men zich niet aan de afspraak hield, maar integendeel van de op deze wijze verkregen inlichtingen profiteerde, hetgeen verleidelijk genoeg was. In stede dat een verbondene zijne productie reduceerde, breidde hij haar uit en had nu het dubbele voordeel, waar de concurrent wel zijne productie reduceerde, te profiteeren zoowel door meerdere afzet als van de hoogere prijzen.

Daarom werd nadere preciseering van de overeenkomst noodig en voor zekeren tijd een contract gesloten, waarbij boete gesteld werd op niet-nakoming. Hierbij deed zich een, overigens te omzeilen moeilijkheid voor. Toen in de politiek als leidend beginsel: de industrieele vrijheid werd aangenomen, werd dit zoover gedreven dat men verbood afspraken tusschen ondernemers om de prijzen te beïnvloeden, en daaraan niet alleen alle rechtskracht onthield, maar er zelfs straf op stelde. Dit was zoo tijdens de Fransche revolutie; thans vindt men daarvan nog sporen in Frankrijk en Duitschland. Civiele rechtskracht wordt aan dergelijke afspraken in Duitschland nóg onthouden. Daarom wordt daar gebruik gemaakt van het middel der wisseltrekking. Als men — en hiermee is dit geval te vergelijken — voor een speelschuld een wissel trekt, dan kan men zeggen, er is geen geoorloofde oorzaak, en de geldigheid der overeenkomst

Ontwikkeling der syndicaten (kartells) — de afspraak — het doel — nationaal of internationaal

— Typeerend dat het blijven combinaties van zelfstandige ondernemers met vaak tegenstrijdige belangen.

— Toenemende kartellvorming, maar ook veelvuldige oplossing.

Sluiten