Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De vastelandswetgeving ziet in het monopolie niet principieel iets onbehoorlijks. — Wetgeving in O. Europa, Italië, Rusland, Duitschland en Duitsch Afrika.

Beteekenis van het trustvraagstuk. — Beperking tot handel en industrie. — Afname van het aandeel in de totale productie.

In Engeland heeft men geen afzonderlijke trust-wetgeving. Daar beroept men zich op de Common law, waarmede het monopolie in strijd is.

Eigenaardig genoeg is dit beginsel nooit in de vastelands-wetgeving opgenomen. Op het vasteland van Europa heeft de rechter zelfs bij verschillende vonnissen beslist, dat er niets onbehoorlijks in het bestaan van een monopolie gelegen is. Wel kennen wij een strafbedreiging tegen opdrijving van prijzen.

In Oost-Europa vindt men maatregelen, die van een ander beginsel uitgaan. In Roemenië wordt uitdrukkelijk erkend het petroleum kartell en heeft men daarmêe een intensieve bemoeienis van de Regeering blijkende o.m. uit de vaststelling der binnenlandsche tarieven.

In Italië is voor de zwavelindustrie een dergelijke regeling gemaakt.

In Rusland werd in 1895 een verbod van kartellvorming uitgevaardigd met betrekking tot levensmiddelen behalve suiker, met de fabricage van welke laatste de Regeering echter sterke bemoeienis heeft.

Ook in Duitschland heeft men, toen het kalisyndicaat ontbonden werd, een bijzondere regeling getroffen.

Eindelijk is in Duitsch Zuid-West-Afrika ten aanzien van de diamanten in 1909 aan alle producenten de verplichting opgelegd, de diamant af te dragen aan de Regeering. Het zoeken en bewerken van do diamantaarde is aan de producenten dus gelaten, doch de Regeering verkoopt die diamant waar en wanneer zij wil en draagt de opbrengst na aftrek van eenige kosten af aan de producenten.

Wat is nu de beteekenis van het trustvraagstuk ?

Men verbeelde zich niet, dat omdat er uitgebreide kartells en trusts in verschillende landen gevonden worden, ook de productie over de gansche aarde op den duur onder de controle van die vereenigingen zal geraken. In dat opzicht is in de trustvorming zelf aanleiding tot een remedie. Als door de combinatie stabieler prijzen verkregen worden, speciaal als die prijzen abnormaal hoog worden, lokken ze concurrenten uit, die daarvan profiteerend trachten beter bedrijfswinsten te krijgen. Alleen nu daar waar een groot vast kapitaal noodig is, zoodat alleen het grootbedrijf kan concurreeren, daar is in het algemeen trustvorming te verwachten. Maar op het gebied van den landbouw zijn er te veel goede kansen voor het kleinbedrijf. Er moeten bijv. betrekkelijk weinig ondernemers zijn om te kunnen geraken tot de trustcombinatie, en in den landbouw zijn er duizenden en duizenden landbouwers waarmee men bij voorgenomen trustvorming zou moeten overeenkomen. Het gebied van handel en industrie is dan ook het speciaalgebied van de kartelleering. Maar ook daar behoeft men niet bevreesd te zijn voor de overwegende stelling die de kartells zouden kunnen gaan innemen.

Het aandeel der trusts in de totaalproductie neemt in alle bedrijven eer af dan toe. Dit kan blijken bijv. uit het volgende:

De steeltrust beheerschte de markt in Amerika, voor stalen staven in 1901 voor 66 °/o in 1910 voor 54 % 5 voor bouwstaal in 1901 voor 52 % in 1910 voor 47 % j voor zwartblik voor 79 °/0 in 1901 en 52 °/0 in 1910.

Dit verschijnsel is zeer begrijpelijk. De voordeelen door de trust verkregen, in den vorm van vaak kunstmatig opgedreven prijzen worden ook gemakkelijk behaald door de concurrenten, die, evenzeer profiteerend van de hooge