Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DEEL III.

DE VERDEELING.

HOOFDSTUK I.

Splitsing van het maatschappelijk inkomen uit de goederenproductie.

De goederenproductie is een der belangrijkste deelen van de maatschappelijke productie, omdat ons bestaan er van afhankelijk is. Mettemin zij men er op bedacht, dat zij slechts een onderdeel daarvan is en dat het bewijzen van diensten even gewichtig is, ja zelfs toename hiervan het bewijs is van maatschappelijke ontwikkeling. (Zie pag. 105 le deel).

De verdeeling der productie geschiedt onder 4 groepen van de bevolking, n.1.:

1. de ondernemers, zelfstandig of met arbeiders.

2. de arbeiders.

3. kapitalisten.

4. grondbezitters.

Nu is de stelling wel eens geopperd, een stelling die op zichzelf juist is, maar verkeerd wordt geïnterpreteerd, dat de „arbeiders recht hebben op de opbrengst van hun arbeid", en wordt hieraan toegevoegd: in onze maatschappij waar de arbeiders niet de totale uitkomst der productie krijgen, krijgen zij dus niet wat hun toekomt.

Het deel van de arbeiders kan inderdaad grooter zijn dan wat hun nu gewordt, maar om daarom een uitkeering van ondernemerswinst, van pacht, van rente der kapitalen te veroordeelen, is verkeerd.

Bij de toekomstige socialistische gemeenschap zal bij de verdeeling van de uitkomsten der productie, ook met het kapitaal en den grond rekening gehouden moeten worden, bij die gemeenschap zal ook een deel van de totaalproductie afgescheiden moeten worden en ontvangen dus de arbeiders evenmin de totale uitkomst der productie. Wel zal de daarvoor apart te leggen reserve dan ten bate van het algemeen besteed worden, wat nu niet gebeurt, een belangrijk onderscheid dus met thans; maar het beginsel blijft, dat een deel gereserveerd moet worden waarop de arbeider geen recht kan doen gelden. Als de sociale gemeenschap in het bezit is van alle grond en de arbeiders in dienst zijn van de gemeenschap, dan kan men aannemen dat zij werkzaam zullen zijn als boerenarbeiders of als coöperaties van boerenarbeiders. Het loon wordt in het le geval niet eenvoudig bepaald door de opbrengst der akkers en in het 2® geval wordt zonder vergoeding geen vrije beschikking over den grond gegeven, want er moet rekening gehouden worden met het verschil in vruchtbaarheid

De maatschappelijke productie wordt verdeeld onder 4 bevolkingsgroepen : ondernemers, arbeiders, kapitalisten en grondbezitters. Deze verdeeling is principieel en wordt in elke maatschappelijke organisatie aangetroffen.

Sluiten