Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

prijzen zouden opzetten. "Wanneer de gemeente alleen prijsgeeft het waardeverschil veroorzaakt door de ligging, (relatieve grondrente) zal het inderdaad een cadeau zijn en niet in het algemeen maatschappelijk belang. Maar als het betreft een afstanddoen door de gemeente van het recht om vergoeding te vragen voor den afstand van grond, zooals ieder grondeigenaar dat heeft, waar het betreft de absolute grondrente, die inderdaad een deel der productiekosten vormt voor de ondernemers, is zulk een afstand werkelijk van invloed op de huren en dus uit een oogpunt van gemeentelijke politiek wèl aan te bevelen.

Dat de stedelijke grondrente van beteekenis is en in den loop der tijden daaruit voor de betrokken eigenaars reusachtige inkomsten voortvloeien, kan blijken uit het volgende:

Bij New-York heeft het Manhattan-eiland een oppervlakte van 22000 H.A. en werd in 1620 voor $ 24 gekocht, terwijl de waarde op $ 1100 miljoen is geschat in 1910. De Hertog van Westminster kreeg in den tijd van Koningin Elisabeth 600 acres in "Westminster en vroeg toen ij 21 per jaar pacht, terwijl in de 19° eeuw £ 300.000 pacht betaald wordt. De Hertog van Bedford maakte in 1880 uit de vernieuwing der zoogenaamde leases alleen £ 1.350.000. *)

Blijkens het werkje van Le comte d'Avenil, „La fortune privée a travers sept siècles" was te Parijs in 1896 de prijs per M2. grond, in de 15e eeuw 2 centimen; in de 16® eeuw, 56 centimen; in de 17® eeuw, 4.50 fr.; in de 18° eeuw 28 fr.; en in de 19° eeuw 130 francs. Als men daarbij de wijziging in de waarde van het geld in aanmerking neemt, dan wordt toch in de 19® eeuw 50 maal zooveel als in de 16® eeuw voor den grond betaald.

Evenzoo is het in Berlijn. Zie P. Voigt, „Grundrente und Bodenfrage in Berlin und seine Marken". Op de Kurfürstendamm was de waarde van den grond van 100.000 Mk. in 1860 gestegen tot 50 miljoen Mk. in 1898 en te Charlottenburg van 45 op 400 miljoen Mk. in 12 jaar. De stijging in huur, zelfs van huizen, zonder dat daaraan eenige verbouwing had plaats gehad, bedroeg in Berlijn van 36 tot 106 % sedert 1868.

Als er nu sprake is van grondbelasting, worden er steeds klachten geuit door de grondeigenaars over stijging der belasting, waar die eigenaars zelf zoo weinig rente van hun geld maken. Dit is ten onrechte. Als men de prijzen die worden betaald voor den grond afmeet naar het oogenblikkelijk voordeel in den vorm van pacht, levert grondbezit inderdaad niet zoo'n groot voordeel op, niet zoo groot als bijv. roerend goed 2) maar het element van waardestijging van den grond wordt dan buiten beschouwing gelaten. En juist in het feit van de lage rente ligt het bewijs opgesloten, dat de grondeigenaar op die waardestijging rekent. Voor een deel is er nog een ander element; grondeigendom toch geeft zeker aanzien. Wie een miljoen in effecten kan beleggen, maar tevreden is met het in grond te beleggen en dus toont met minder rente tevreden te zijn, heeft dan ook niet te klagen.

Teekenend is dat bij de stedelijke grondrente juist dat element van waarde-

Grondbezit levert in den vorm van huur, pacht, enz. niet onmiddellijk voordeel op; wel indirect in den vorm van waardestijging op langen termijn en van hoog aanzien in de maatschappij. De prijsstijging bij stedelijke en landelijke grondrente.

') De grond wordt n.1. niet in eigendom uitgegeven, maar in lease voor 99 jaar; zij komt later terug aan den eigenaar en is de gewoonte alsdan de lease te vernieuwen, waarvoor alsdan een vergoeding moet worden betaald.

2) De verhouding is van 3—31/2 contra 5—5'/j %.

Sluiten