Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en ook thans een sterke stijging is waar te nemen. Een zeer wisselende, maar toch belangrijke stijging dns ook in de landelijke grondrente.

Toch is er verschil tnssehen de stedelijke en de landelijke grondrente, waarmee de overheid bij haar politiek rekening heeft te honden.

De behoefte aan levensmiddelen eener bevolking is lokaal: maar de bevrediging dier behoefte is niet gebonden aan een lokale voorziening, want zij kan ook plaats hebben door aanvoer van buiten. Voor de grondrente is dit van groot gewicht. Voor de stijging van de grondrente over de geheele wereld is beslissend eene toename der bevolking. Maar verandering in bevolkingssterkte behoeft niet overal een stijgende te zijn, zij kan in verschillende gebieden lokaal stijgend zijn, of hier een stijgende, daar een dalende lijn vertoonen. Een kras voorbeeld hiervan zag men toen in Amerika de graanexport tengevolge van den opbloei van het verkeerswezen, zoo toenam dat zij veroorzaakte een landbouwcrisis in Europa. Van 1S75—1895 is daardoor de grondrente over heel Europa, tengevolge van de geringere opbrengst van het land. gedaald. Onze landbouw heeft dit ook ondervonden al heeft zij als geheel zich er door geslagen en heeft de crisis zelfs bijgedragen tot de moderne uitoefening van het landbouwbedrijf.

Bij de stedelijke grondrente is het anders. Hierbij vindt men de behoefte van een lokale groep die ook lokaal moet worden bevredigd. Door de toename der verkeersmiddelen kan men den kring verruimen (forensen Amsterdam) maar vooralsnog is de bevolking als geheel verplicht te wonen waar de leden hun bedrijf uitoefenen. Als nu de bevolking stijgt, breidt de stad zich uit en er wordt bijgebouwd aan de grenzen en dan is er geen teruggang, maar een regelmatige stijging van de grondrente te verwachten. Ook is er geen stijging alweer op elke plaats, in elke straat, maar het geheel van de grondrente staat niet bloot aan een daling.

Wat is hiervan het practisch gevolg? Dat in de zoogenaamde landnationalisatie een ernstig gevaar moet gezien worden voor de gemeente- en rijksfinanciën, terwijl in den aankoop van grond in de omgeving door de gemeente ten behoeve harer uitbreiding juist groot voordeel is gelegen. ')

Heeft er nu landnationalisatie plaats, dan wordt daartegenover gecrëeerd een schuld voor den aankoop. Als de grondrente stijgt, zal de gemeenschap hiervan voordeel hebben en in hooger pacht ook genieten van het overschot. Maar als zij daalt, dan zal in de Staatsfinanciën een ernstig deficit ontstaan tengevolge van de mindere pacht die de grond opbrengt. Dit is op zichzelf reeds een nadeel afgescheiden van de sociale en economische nadeelen veroorzaakt door de onteigening der vele kleine landbouwers. Daarentegen is het gewenscht dat de door de gemeente aan te koopen gronden worden aangekocht als zij nog de cultuurwaarde hebben, niet als zij reeds duurder zijn geworden.

De gemeente Kampen heeft tientallen van jaren kunnen bestaan zonder belastingheffing en in Duitschland vindt men nog zoogenaamde dividendgemeenten. Zie 1® deel pag. 82. Waar zit hem dat in? Daarin dat de gronden die vroeger in handen der gemeenschap waren, daarin gebleven zijn. Intusschen de meeste gemeenten verkeeren thans niet in zulk een gunstigen toestand; ze

Typisch verschil tnsschen stedelijke en landelijke grondrente. De woonbehoefte móet locaal worden bevredigd, de behoefte aan levensmiddelen niet. — Geen landnationalisatie. maar alleen opkoop van grond tot nitbreiding van gemeenten.

') Onder Landnationalisatie moet hierbij verstaan worden het tegen taxatie van de waarde in handen der gemeenschap overbrengen van alle gecultiveerde gronden.