Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De tiërceering is een voorbeeld van vermogensvernietiging op groote schaal, maar het kapitaal in het land aanwezig bleef daardoor onaangetast.

Yermogensrente waarachter geen productief kapitaal staat is slechts een schattingsrecht, een recht om krachtens de bestaande rechtsorde een deel der productie tot zich te nemen. Een kapitalist die geld leent en zeker is van de betaling zijner rente en aflossing is het volkomen onverschillig of hij leent voor productieve of improductieve werken; zijn schattingsrecht op het inkomen van den betrokken leener is hem voldoende.

Hoe ontstaat het kapitaal? Om dit te verklaren is ook de onderscheiding tusschen kapitaal en vermogen van beteekenis. De meeste leerboeken zeggen dat kapitaal ontstaat door besparing. Dus dan is spaarplicht en spaargelegenheid aanbevelenswaardig, want dat zou de eenige wijze van kapitaalvorming zijn.

In Pierson 1908 deel II wordt de vrees geuit dat er in de socialistische gemeenschap slechts kapitaalvorming zou zijn, omdat er geen vergoeding van rente is. Dit is een vergissing, die een uitvloeisel is van het niet maken van genoemde onderscheiding.

Als het kapitaal is geproduceerd productiemiddel, dan is het eene noodige, dat er geproduceerd wordt; een machine kan niet worden bespaard maar moet worden geproduceerd, alleen vermogen kan bespaard worden.

Nu hangt het van de wijze van belegging van het bespaarde af, of dit zal worden kapitaal of vermogen. Leent iemand het geld dat hij bespaarde uit aan een verkwister, die tegenover het geleende niets reëels bezit, dan wordt het niets anders dan vermogen, een rentegevend bezit; dan zal de leener van zijn inkomen zeker jaarlijksch bedrag moeten afstaan, maar er is geen kapitaalvorming, geen kapitaalvergrooting. Ook een geproduceerde machine is niet zonder meer kapitaal; eerst als zij als machine wordt aangewend is er de kapitaalvorm aan gegeven; hij die de machine aanwendt moet voor dit gebruik van zijn inkomen een zeker bedrag afzonderen of dit daartoe van een ander krijgen.

Als nu alle menschen in de maatschappij hun inkomen verteerden, d. w. z. het omzetten in consumptie-goederen zonder iets apart te leggen, dan zou er geen kapitaalvorming zijn; dan krijgt men slechts aanvulling van het verbruikte, maar geen vergrooting van den kapitaal voorraad. Alleen als iemand van het bespaarde bijv. machines koopt, vergroot hij zijn kapitaal voorraad en tevens die van het volk.

Kapitaal ontstaat door productie, en besparing in den vorm van vermogensbesparing is in onze maatschappij een middel om aan het vermogen den vorm van kapitaal te geven.

Alleen echter in onze maatschappij. In de socialistische gemeenschap is zulks onnoodig; want daar zal men in het productieplan ook opnemen de productie van een zeker aantal machines en is het dus niet noodig, dat iemand daartoe op zijn inkomsten bespaart. In onze maatschappij is echter eerst vermogen noodig voor er kapitaalvorming kan zijn. Kapitaal ontstaat dus niet door besparing, maar besparing is noodig om te komen tot kapitaalvorming.

Daarom is intusschen niet elke vermogensvermindering kapitaalvermindering, noch elke vermogensvermeerdering kapitaalvermeerdering.

Ook voor de verklaring van het ontstaan van kapitaal is onderscheiding noodig tusschen kapitaal en vermogen — alleen vermogen kan worden bespaard; van de wijze van belegging van het bespaarde is afhankelijk of kapitaal of vermogen ontstaat —• Besparing noodzakelijk in een kapitalistische maatschappij om tot kapitaalvorming te kunnen geraken.

Sluiten