Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in bedrijf wordt gebracht. De productiviteit van het kapitaal speelt dus een rol van beteekenis, waarmede rekening gehouden moet worden.

En toch wordt door deze theorie het renteverschijnsel niet geheel verklaard.

Want de productiviteit van het kapitaal dekt niet de kapitaalrente in haar geheel, noch ook de vermogensrente. Niet de kapitaalrente, omdat van verhooging van den productieven arbeid alleen sprake kan zijn voor die deelen van het kapitaal, die inderdaad een actieve rol spelen, zooals de machines, die dienen tot verhooging der productie. Het kapitaal vraagt rente niet alleen over dat rendeerende, produceerende deel, maar over het volle kapitaal; ook over de grondstoffen die bewerkt worden en die toch tot de productie niet bijdragen. De hoeveelheid katoen in een machinale weverij gebruikt is wat dit betreft dezelfde als die bij de handweverij. Over den winkelvoorraad van een winkelier,

indien die niet van eigen geld gekocht is, moet rente betaald worden.

Men verklaart met de theorie van von Böhm-Bawerk ook geenszins, waardoor de rente ontstaat van vermogen dat niet den kapitaalvorm krijgt. En dat is toch historisch de oudste en eeuwenlang de eenige rentevorm van beteekenis geweest. Bovendien, zulk een verschil in productiviteit tengevolge van het gebruik van machines gaat alleen op, komt alleen uit, als men vergelijkt de weefmachine met het handweefgetouw. Maar die vergelijking is niet genoeg voor de verklaring van de kapitaalrente. Dat blijkt hieruit dat als men aanneemt gelijke productiviteit, uniformiteit in de productie bij de bedrijven, toch met de kapitaalrente rekening moet worden gehouden. Hier vindt men dus een verschijnsel analoog met de absolute grondrente. Er zijn verschillen in de kapitaalrente die samenhangen met de productiviteit van het kapitaal, maar een ander deel moet worden teruggebracht tot de beschikking over het kapitaal als zoodanig onafhankelijk van de productie.

III Iets dienen wij in dit verband te zeggen over de meerwaardetheorie Meerwaarde-

# , . i , theorie van

van Marx. Deze is onvolledig en onjuist. Marx voorstelling komt in het kort Marx.

hierop neer: de waarde wordt bepaald door arbeid, door arbeidstijd. Een zekere

hoeveelheid goed die kost 12 uur arbeid, staat gelijk met het product van anderen

arbeid van gelijken duur en is tweemaal zooveel waard als het resultaat van

het halve aantal werkuren. Welnu de waarde van den arbeid wordt bepaald

door de waarde aan levensmiddelen, benoodigd voor het onderhoud van den

arbeider; moet men aan de verkrijging daarvan 6 uur arbeid ten koste leggen,

dan is dus de waarde van den door den individueelen arbeider gepresteerden

arbeid 6 uur. De ondernemer, die den door hem gehuurden arbeider een waarde

van 6 uur arbeid aan loon betaalt, en hem langer laat werken, bijv. 10 uur,

en terecht, omdat dit gecontracteerd is, heeft profijt van die 4 uur overwerk.

Dat overwerk is de meerwaarde en die komt ten bate van het kapitaal.

Deze theorie is onjuist. le. Er wordt alleen arbeid aan de goederen besteed omdat die goederen waarde hebben voor verschillende menschen. 2e. Als de stelling van Marx juist ware, zou het belang van den ondernemer medebrengen zooveel mogelijk arbeiders in dienst te nemen, want het vaste kapitaal en het kapitaal in de productie aangewend gaat, volgens deze theorie, eenvoudig over in de waarde der producten. Dat vermeerdert de ontvangsten van den ondernemer niet; hij krijgt alleen terug wat hij had gegeven. Zijn voordeel echter

Sluiten