Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Verzet der arbeiders tegen de invoering van machines waarvan zij, door de veroorzaakte werkeloosheid en loonsvermindering, meestal de dupe zijn. — Invoering in het maatschappelijk belang niet beletten; maar de nadeelen dier invoering opheffen.

Zoo bi] Pierson 1° druk en Verrijn Stuart, „Economist" 1914. Laatstgenoemde zegt, dat met den oorlog de kapitaalrente daalt en dus de werklieden op loonsverlaging in de toekomst kunnen rekenen. De algemeene voorstelling is, dat vermeerdering van kapitaal zonder meer is een voordeel voor de arbeiders. Dit is een eenzijdige beschouwing; zij houdt geen rekening met het feit, dat toeneming van kapitaal naast verlaging der rente ook voor een deel de strekking heeft den arbeid overbodig te maken. Alleen als er niet te rekenen viel met vast kapitaal '), zou de voorstelling juist kunnen zijn.

Er heeft steeds verzet geheerscht bij de arbeiders tegen de invoering van machines. Zoo werd Papin's stoomboot in 1707 vernield door schippers, die concurrentie vreesden en toen Stinnes in 1845 een sleepboot op de Rijn liet varen, werd deze bestookt met geweren en geschut. In het begin der 19° eeuw brak in Engeland een groote opstand uit onder de textielarbeiders, welke gepaard ging met vernieling van de ingevoerde machines. In 1529 had Adam Müller te Danzig een machine uitgevonden; hij is verdronken. In 1629 werd te Leiden een lint-machine verboden.

Tot voor korten tijd was er steeds verzet van de zijde der arbeiders en het was eene hooge uitzondering, toen in 1911 op het congres der textielarbeiders te Roubaix de uitspraak klonk: „verzet tegen de invoering der machine is dom en tegen het belang der arbeidersklasse". Immers, juist door de machine is de productie thans zooveel hooger, dat eerst de consument, maar later ook de produceerende arbeider hiervan voordeel heeft. Het eerste voordeel voortvloeiend uit de invoering van machines is vergrooting van de ondernemerswinst. Wordt die invoering een algemeen verschijnsel, dan profiteert, tengevolge van de concurrentie der ondernemers de consument, die nu voor hetzelfde geld beter

of meer product krijgt.

Toch is dit verzet begrijpelijk. Een stoomschop bij de Panama-kanaalwerken maakte 95% van de anders vereischte arbeiders overbodig, daar thans slechts noodig waren 298 man inplaats van 5260 man. Een automatische stookinrichting op de N. A. S. M.-lijn en de Nord-Deutsche Lloyd, eischte voortaan 20 stokers, 2 opperstokers en 2 machinisten, inplaats van het vroegere personeel van

54 stokers en 2 opperstokers.

Voor verdere voorbeelden zie „Technik und Wirthschaft" 1910. — Prof.

Kammerer.

Het onmiddellijk gevolg van de invoering van machines is, dat het werk beter, goedkooper verricht wordt; er is dus besparing in algemeen maatschappelijk opzicht, maar het aandeel van den arbeid wordt belangrijk verminderd, dus het brengt mee loonsvermindering. Dat moet, anders zouden bij de invoering de bedrijfskosten verhoogd worden. Door de automatische stookiniichting weid 41% op de bedrijfskosten bespaard; d.w.z. 62% werd op het loon bespaaid, waartegen 21 % meerdere kosten van rente en afschrijving der machine. Dus

de arbeiders leden 62 % nadeel.

Voor de arbeiders is dus het allereerste gevolg van de invoering werkeloosheid. Wel komt er ten slotte toch weer een toenemende vraag van de ondernemers

•) In den vorm van machines.

Sluiten