Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naar arbeid, tengevolge van de verhooging der productie, maar het tijdperk van overgang kan van langen duur zijn. De textielindustrie is hiervan een voorbeeld.

Zoo zegt Deschène in „L'avènement du régime syndical a Verviers" dat in het begin der 19° eeuw 25.000 handwevers in Verviers werkzaam waren; na de invoering der machines bleven slechts 10.000 arbeiders werkzaam en het duurde tot 1868 eer weer 25.000 wevers in die industrie werk vonden; dus meer dan een menschenleeftijd.

Is die periode van overgang voorbij, dan is uitbreiding van het aantal arbeiders zeer waarschijnlijk. Dit blijkt uit de geschiedenis der textielnijverheid in Lancashire. In 1835 waren daar in die nijverheid 235.000 arbeiders ') werkzaam;

in 1900 500.000, en, terwijl het loon in 1819—1820 £ 26 per hoofd was, bedroeg het in 1880 1882 .4 44. Ook het reëele loon is in dien tijd sterk gestegen.

De arbeiders zijn dus de eerste slachtoffers van dezen maatschappelijken vooruitgang.

O O

Niet altijd zijn zij echter de dupe. Niet alle machines maken handenarbeid oveibodig. Het is de vraag of het Panama-kanaal zou zijn gegraven als niet aanwezig was geweest die stoomschop, die 95 °/0 van den handenarbeid overbodig maakte; als de techniek zulke besparing niet had mogelijk gemaakt. De werkzaamheden waren wellicht gestaakt, evenals de beide vorige malen, toen de financieele kracht der daarbij betrokken maatschappijen onvoldoende bleek.

Het maatschappelijke belang eischt dus dat de invoering van machines niet woidt belet; maar door overeenkomst of van overheidswege zorge men dat de nadeelen dier invoering worden opgeheven.

Het sluiten van een overeenkomst is daarbij in de practijk niet onmogelijk gebleken. Enkele ondernemers hebben d. m. v. overeenkomsten met de arbeiders de nadeelen aan die invoering verbonden trachten op te heffen. Zoo sloot de vereeniging van ververs 2) in de textielfabrieken te Bradford in 1907 een collectief contract met de textielarbeiders, waarbij zij vrijheid van invoer van nieuwe machines bedong, maar daarvoor ondersteuning beloofde aan de daardoor werkeloos geworden arbeiders gedurende één jaar. Een dergelijke poging had plaats in ons eigen land toen te Rotterdam graanelevators werden ingevoerd.

Bij de invoering van den lsten elevator was er groot verzet van de zijde van de bootwerkers. De maatschappij bood aan gedurende twee jaar het uit de exploitatie te trekken voordeel te besteden tot ondersteuning van de werkeloos geworden dokwerkers. Dit aanbod is door de arbeiders toen niet aanvaard. Lateiwas de maatschappij hiertoe niet meer genegen.

Intusschen wat men hier en daar als vrijwillige toezegging aantreft, dient van overheidswege geregeld te worden. Krachtige bestrijding van de werkeloosheid is noodig. En omdat de ondernemers door hunne werkzaamheid de werkeloosheid scheppen is het billijk, dat zij worden verplicht tot een bijdrage aan de verzekering tegen dit maatschappelijk euvel.

Bij de bespreking van de verhouding tusschen loon en grondrente komen Verhouding tuswij in aanraking met het belangrijke verschijnsel van de toename der bevolking, grondrente **

') Mannen, vrouwen en kinderen.

') Ververs van gedrukte katoentjes, geen huisschilders.