Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wenschelijkheid van een groote keus in de ondernemers. — Uit het kleinbedrijf komen de menschen met groote bekwaamheden. — Geen verscherping der beweging naar het grootbedrijf. — De socialistische organisatie nadeelig in dit opzicht.

Alleen t.a.v. bedrijven waar de techniek overheerscht is het onverschillig of ze worden uitgeoefend door de overheid of door particulieren. Zij vormen de minderheid. — Overheerschend commercieel element in de meeste bedrijven.

niet op voor langere periodes. Voor de arbeiders zeer zeker niet. Die krijgen geen loongarantie voor onbepaalden tijd, maar slechts binnen de grenzen der arbeidsovereenkomst. En als de resultaten der onderneming ongunstig blijven, worden de arbeiders ontslagen of krijgen althans loonsverlaging. Terwijl ook grondeigenaar en kapitalist lijden onder een minder goede productie. Juist het feit nu, dat de ondernemer niet alleen risico lijdt, en dat er anderen bij de onderneming zijn betrokken, die zelf geen invloed uitoefenen op de uitkomsten en inrichting van het bedrijf, dringt het belang van de goede leiding nog meer op den voorgrond.

Als nu het bezit van goede ondernemers niet alleen een individueel, maar ook een maatschappelijk belang is, dan is het noodzakelijk, dat de maatschappij een groote keus van ondernemers hebbe. Dit nu is alleen mogelijk als er is een groot aantal bedrijven, klein-, groot- en middelbedrijven, en het is daarom niet wenschelijk de kleine en middelbedrijven zonder meer in enkele weinige grootbedrijven te willen forceeren. Gaan wij toch het ontstaan na van de verschillende grootbedrijven, dan treft het ons dikwijls, hoe soms uit een zeei klein begin een groot bedrijf geboren wordt. Voorbeelden zijn: Lips' Brandkastenfabriek, ontstaan uit een gewone smederij; Fongers' Rijwielenfabriek, een uitgegroeide reparatiewerkplaats. Juist uit het kleinbedrijf toch komen de mannen met groote kwaliteiten naar voren. Daarom moet het kleinbedrijf behouden blijven, want voor arbeiders opgenomen in een grootbedrijf, is het nagenoeg onmogelijk hun leiderskwaliteiten tot hun recht te doen komen. Is het al moeilijk om kapitalisten te interesseeren voor eene gewenschte bedrijfsuitbreiding, voor den zelfstandigen patroon is de kans geld te krijgen toch nog grooter dan voor den arbeider in het grootbedrijf.

Daarom moet de staat alles doen, zoo door voorziening in behoorlijk, ook technisch onderwijs als door verbetering van het credietwezen, om de nadeelen van het kleinbedrijf, die daaraan niet inherent zijn, weg te nemen.

Door de overheid moet daarom de beweging naar het grootbedrijf niet

worden verscherpt.

In dit opzicht moet het niet gewenscht geacht worden dat wij eene socialistische organisatie krijgen, vooral als men van de plannen der Socialisten hoort. Zoo wil Frank van der Goes een concentratie van de Nederlandsche broodproductie in centrale fabrieken, omdat dit tot groote besparing zou leiden. Inderdaad zou er eenige besparing bijv. kunnen worden verkregen op het rondbrengen van het brood, maar ditzelfde zou door middel van onderlinge combinatie der producenten óók verkregen worden. Daartegenover staan bij centralisatie andere gevaren, zoo bijv. dat er minder goed brood zal worden geproduceerd enz.

Intusschen de kans op verwezenlijking van de socialistische gemeenschap wordt eer geringer dan beter. Nu beroept men zich van socialistische zijde wel op de in alle bedrijven toenemende techniek, die den overgang tot overheidsbedrijf gemakkelijker maakt; en inderdaad komt het er technisch niet op aan of een bedrijf door particulieren of door de overheid wordt uitgeoefend ; misschien zou het overheidsbedrijf zich zelfs gemakkelijker aanpassen. Maar dit is alleen het geval waar de techniek de hoofdrol speelt en alles overheerschend is.

Maar de bedrijven van dien aard vormen slechts een ondergeschikt deel

Sluiten