Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

groot te nemen, dat daarop niet zichtbaar abnormaal werd verdiend. Zie pag. 8.

Vaak is verklaard geworden dat het veiliger was aldus te handelen, ter vermijding van staatsinmenging die het gevolg zou kunnen zijn als de jalouzie van het publiek werd geprikkeld. De Delispoor vergrootte bijv. uit de reserve haar bedrijfskapitaal (niet het aandeelenkapitaal) onder mededeeling dat het niet gewenscht was te hooge dividenden uit te keeren.

Speculeeren bijkomstig element van een bedrijf.

Ongunstige reputatie der betoepsspeculanren — reden daarvan.

Gunstige uitwerking der beroepsspeculatie ; ongunstige van de actie van speculantenpartijen.

Naast de reëele zakenmenschen, personen die een reëel bedrijf uitoefenen, heeft men een andere categorie, die in niet al te beste reuk staat en die geen reëele zaken doet. Dit zijn de speculanten; zij die het speculeeren als bedrijf en niet als bijkomstig element van het bedrijf uitoefenen.

Het speculeeren toch in dezen zin, dat overwogen wordt of er reden is een gunstige konjunktuur te verwachten, is inherent aan het ondernemersbedrijf. Daarbij komt toch het commerciëel element steeds meer op den voorgrond en dit heeft een zeer speculatief karakter. Wel is dientengevolge het bedrijf van den ondernemer riskant, maar dit is onvermijdelijk en daarvan is ook zijn succes afhankelijk.

Ook is een zoodanige combinatie mogelijk, dat bijv. een katoenfabrikant, die katoen opkoopt voor zijn bedrijf in dat katoen gaat speculeeren. Zie pag. 4.

Doch deze combinaties zijn hier niet bedoeld. "Wel echter de handel in goederen of effecten met de bedoeling, er zoo spoedig mogelijk weer af te komen. Op zichzelf is het begrijpelijk, dat het oordeel van het publiek over menschen die zich met zulke transacties bezig houden niet gunstig is. Immers, er zit iets onreëels achter hun werken. Hun doel is in korten tijd veel te verdienen zonder daartoe maatschappelijken arbeid van belang te verrichten. Lr wordt niets nieuws door hen geproduceerd en geen maatschappelijke behoefte aan diensten vervuld. Tegenover de winsten van den eenen fondsenbezitter staan toch verliezen van den ander, en wel tot een hooger bedrag want zulke transacties zijn niet mogelijk zonder den tusschenhandel, en voor den verliezer is de commissie steeds een zuiver verlies. Zoo wordt dus eene groote klasse van personen in het leven gehouden, die geen maatschappelijken arbeid verricht, en kan een sterke uitbreiding van het speculantengilde geen gunstig verschijnsel worden geacht.

En toch heeft ook dit ongelukkig verschijnsel zijn nuttige zijde; toch bewijzen deze parasieten ook diensten. Al moge op zichzelf de speculatieve arbeid nul zijn en reductie van het aantal commissionnairs in effecten tot een derde van de sterkte geen ongeluk zijn, die arbeid is maatschappelijk nuttig op dezelfde wijze als de verzekering. Tengevolge van de verzekering zoowel als tengevolge van den speculantenarbeid wordt nl. het risico over een groot aantal personen verdeeld. Waren er toch geen speculanten d. i. menschen die in de verwachting leven dat een of ander fonds neiging tot fluctuatie heeft, maar alleen personen tusschen wie een reëele handel werd gedreven, dan zou de afstand tusschen de wederzijdsche waardeschattingen veel grooter zijn. Als er ongunstige factoren bekend worden, dan heeft er groot aanbod van het betrokken fonds plaats, en anders groote vraag; waren er nu geen speculanten, waardoor zooveel meer menschen bij dien handel worden betrokken, de markt van het fonds zooveel grooter is, dan zou