Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die een groot vermogen nalieten, en men kan toch zeker niet zeggen dat een bedelaar inkomsten heeft wier terugkeer regelmatig verzekerd is. En wat de regelmatige terugkeer betreft, heeft dan hij, die tijdelijke werkzaamheden

verricht, geen inkomen ?

Men haalt hierbij tweeërlei begrippen dooreen. Het begrip inkomen beperkt

men door het inbrengen van Sleze overweging, dat het niet geoorloofd of verstandig moet geacht worden, dat iemand zijn volle inkomen verteert, dat men zich in zijne uitgaven dient te beperken. Hij die tijdelijke inkomsten geniet, is niet verstandig, in verband met dien tijdelijken overvloed zijne vertering uit te zetten, want als die tijdelijke inkomsten wegvallen, moet hij bezuinigen en dat is moeielijker dan uitzetting der uitgaven. Wie uit de loterij een prijs trekt, is verstandig als hij niet het volle bedrag daarvan verteert, maar een deel er van oplegt en daarmede zijn vermogen vergroot. Maar daarom moet men dien prijs niet uitsluitend beschouwen als vermogen en nog minder als inkomen. Want elke vermogensvermeerdering geschiedt uit inkomen. Toen indertijd aan twee Hollandsche professoren, één te Leiden en één te Amsterdam, de Nobelprijs werd toegekend, werden beiden in de inkomstenbelasting aangeslagen, waartegen beiden in verzet kwamen. De Raad van Beroep voor Leiden nu, besliste dat de Nobelprijs niet, die te Amsterdam, dat hij wel als inkomen te beschouwen was Op zichzelf is de laatste beslissing juister. Onze inkomstenbelasting beva geen omschrijving van het begrip „inkomen" zooals men dit in de Duitsche en Engelsche regelingen aantreft. Het was den belastingambtenaren dus geoorloofd zich daarvan een eigen begrip te vormen, zooals trouwens iedereen en altijd daartoe bevoegd is, mits daarbij zorg dragende voor een met te groote afwijking der algemeen geldende begrippen. De fiscus is natuurlijk niet gehouden zich te storen aan wetenschappelijke begrippen, maar toch is het wel van belang a zij zich bij die begrippen kan aansluiten o. m. vanwege het gevaar, dat als in het geval van den Nobelprijs, dergelijke inkomsten die niet regelmatig worden verkregen, vrij van belasting zijn zouden. Dit is van groot belang, want inkomsten uit waardevermeerdering van effecten, loterijwinsten en dergelijke ) worden in bijna alle Nederlandsche gemeenten buiten de inkomstenbelasting gelaten. In Duitschland zijn de Lotteriescheine, de vermeerdering door grondverkoop enz. wel in verschillende staten belast o.a. in Hamburg, soms ook met een aparte belasting. Doet men dit laatste om dergelijke inkomsten zwaarder te kunnen treffen, dan kan men ze buiten de inkomstenbelasting laten, maar anders bestaat hiertoe geen reden. Trouwens in den regel brengt eerst de grootte van het gewonnen bedrag de menschen er toe te overwegen of het als inkomen beschouwd moet worden of niet: een prijs van f 70 wordt niet, een van ƒ50.000 wèl zoo beschouwd.

i) Een legaat is inkomstenvermeerdering; een erfenis niet, want de er^ena^ ^ ^ r-, . irl _ j„n erflater voort en er ontstaat niets nienws. Als eene erfenis

beschouwen de vTzektin ^toral de gemengde levensverzekering,

genomen wordt. Daarbij wordt een deel uit het inkomen bestemd voor ™

De levensverzekering-maatschappij doet niet andersdan helpe*^sparen,een slechts als makelaar. Het aandeelenkapitaal » gering vergeleken , kapitaal,

de winsten der aandeelhouders zijn gering als men ze berekent over het verzekerd kapl

Sluiten