Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Beteekenis van het inkomen voor de prijsvorming.

Invloed van de werkzaamheid der overheid op de vorming van het inkomen.

voor levensmiddelen en huren van een arbeidersgezin, dan komt men tot de verhouding 100:119: 114 omdat in Frankrijk en Duitschland de levensmiddelen tengevolge van de protectionistische politiek zooveel duurder zijn.

°Eindelijk als laatste, 7°. onderscheiding heeft men die van norm-aal tegenover ■premie-inkomen; van het laatste is de grondrente een typisch voorbeeld. Zie pag. 67, 1® deel.

Dat inkomen nu, dat zich voor de verschillende groepen van het maatschappelijk inkomen opdoet, is van beteekenis voor de prijsvorming. Want, komt het inkomen ook al voort uit de prijzen, het influënceert omgekeerd ook op de prijzen. Het vormt nl. het bedrag waarnaar de waardeschattingen worden berekend, want hoe hooger het inkomen, hoe geringer de waardeering van de verschillende deelen van het inkomen. Zie pag. 69, 1° deel. Wie een dubbeltje moet omkeeren voor hij het uitgeeft, hecht er groote beteekenis aan, terwijl hij die zijn geld het raam kan uitgooien, zelfs een gulden niet hoog schat.

De hoogere nominale inkomens zijn mede een der oorzaken van de huidige prijsstijging. Reeds, sedert de groote export naar de overzeesche gewesten heeft opgehouden, constateert men een stijging in de prijzen der levensmiddelen. Dit is voor een belangrijk deel een gevolg van het feit, dat de productie van grondstoffen en levensmiddelen wegens de toename der bevolking bezwaarlijker is geworden, en dus te wijten aan een natuurlijke oorzaak ; maar ook in de vermeerdering van de welvaart ligt de oorzaak dier prijsstijging. Het algemeen peil van de volkswelvaart is toch verhoogd en in het bijzonder wordt in arbeiderskringen thans meer verdiend dan vroeger. Die beschikking over meer geld, die op zichzelf geen aanleiding geeft tot eene reëele prijsvermeerdenng, had tengevolge dat de gelegenheid werd geopend tot deelname aan de vraag naar tal van artikelen, die vroeger het privilege der rijkeren waren. Dit leidde tot een prijsverhooging dier artikelen die voor een deel de stijging in inkomsten illusoir maakt. Daarbij komt, dat de zucht naar pronk en praal ) die vooral m de lagere klassen thans zeer sterk is, naast de bereidheid om meer geld uit te geven omdat men minder waarde aan het geld hecht, een vraag doet ontstaan naar dure artikelen, van een tevoren ongeleenden omvang. Een kleinere waarde aan het geld gehecht, wordt uitgedrukt in hooge goederen-prijzen en dit leidt

weer tot daling van den levensstanüaara.

Dit een en ander nu, is een gevolg, zoowel van de individueele werkzaamheid, als, hoewel men zich daarvan minder bewust is, van de medewerking der overheid. Laatstgenoemde medewerking uit zich: 1°. in het scheppen van de voorwaarden voor eene belangrijke productie. Het is toch niet alleen een gevolg van rasverschil dat in Europa meer geproduceerd wordt dan in de tropen: en een van de gronden ter rechtvaardiging van het koloniaal beheer is juist gelegen in het scheppen van de mogelijkheid van meerdere productie o m. door in de koloniën de rechtszekerheid te bevorderen.

2°. In de meer onmiddellijk op de vorming van het inkomen gerichte

VDit is een verschijnsel, dat men bij iedere maatschappelijke klasse op haar beurt^ aantreft De hoogere klassen vinden dat streven naar gelijkheid van de lagere klassen onbehoor j ( dat de meid zich kleedt als mevrouw"), doch vergeten dat zij zeiven evenzoo handelen.