Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

overheidspogingen en wel direct, of indirect, d. m. v. wettelijke maatregelen. Vele dier maatregelen hebben toch op de vorming van het inkomen invloed, zonder dat men er zich rekenschap van geeft. De stelling, dat de Staat zich eerst in onzen tijd met de vorming van het inkomen inlaat en hij dit vroeger niet deed, is niet vol te houden. Vroeger zorgde de Staat meer voor het inkomen der hoogere, thans meer voor dat der lagere klassen, doch altijd is eene dergelijke werkzaamheid aanwezig geweest. Voorbeelden vindt men in de wettelijke beperking van het aantal notarissen en procureurs, welke voor ieder hunner tengevolge heeft, dat zij zich een inkomen overeenkomstig hun stand kunnen verwerven, hetgeen ten goede komt aan hunne bediening. Een ander voorbeeld is het privilege van biljetten-uitgifte van de Nederlandsche Bank, een privilege dat miljoenen waard is, doch waarvan de schatkist eerst sedert 1889 bij de herziening van het contract met die bankinstelling d. m. v. een bijdrage direct voordeel geniet (n.b. in een tijd dat staatsonthouding gepreekt werd).

Zie Mr. S. v. Houten. „Over den invloed der wetgeving op de verdeeling der rijkdommen" in „Vragen des Tijds" 1877.

Van niet gering belang is ook de politieke invloed door de wet toegekend aan de hooge inkomens, door voor een deel hiervan het lidmaatschap der Eerste Kamer afhankelijk te stellen. Andere voorbeelden van overheidsbemoeienis zijn de regeling van het arbeidscontract; het verleenen van concessies en octrooien; de heerendiensten op particuliere landerijen: waterregelingen enz.; en zoo kan men tot in het oneindige voorbeelden geven van den invloed door den Staat uitgeoefend. Men kan dan ook gerust de stelling opwerpen, dat in onze maatschappij het inkomen verworven wordt met behulp van de overheid.

Dit geschiedt 1°. d. m. v. allerlei rechtsregelingen;

2°. door het scheppen door de overheid, van nieuwe en het verbeteren van bestaande productievoorwaarden (verstrekking van onderwijs);

3°. door verstrekking van overheidswege, hetzij gratis of tegen lager prijs dan met de waarde overeenkomt, van goederen of diensten die anders niet ter beschikking van de ingezetenen zouden staan. Want als men voor de bepaling van het inkomen niet aan het geldelijk bedrag daarvan hecht, maar aan de mogelijkheid van beschikking over zulke goederen en diensten, is zulk eene beschikking ook als inkomen te beschouwen (wegaanleg zonder tollen, enz.).

Hiertegenover staat natuurlijk de belastingheffing, waardoor in de vrije beschikking over het particulier inkomen wordt ingegrepen.

Wij dienen thans nog te behandelen de tegenstelling tusschen vermogensinkomen en arbeidsinkomen.

In onze maatschappij wordt het ethisch postulaat niet bevredigd, dat alleen arbeid een inkomen moet verschaffen. Zie pag. 45v. ') Als men die stelling aanneemt, dan moet men erkennen dat het vermogensinkomen in onze maatschappij wèl voor een deel het resultaat is van eigen inspanning, maar voor een ander deel niet uit eigen verworven inkomen voortspruit. Het inkomen verworven door spaarzaamheid draagt toch een ander karakter dan het arbeidslooze inkomen.

') Bij de behandeling van dit onderwerp stuit men op de Glaubenssatze (pag. 11, le deel) waarvoor men trachten moet sympathie op te wekken, maar waarbij men den tegenstander niet langs verstandelijken weg moet trachten te overtuigen.

Tegenstelling tusschen vermogens- en arbeidsinkomen. — Verhooging der productie, dit probleem van meer belang dan het verdeelingsvraagstuk.

Sluiten