Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geschieden in allerlei vormen, en ten koste van het buitenland in de verwachting daardoor de binnenlandsclie welvaart te verhoogen. Zoo heeft men uitvoerpremies; bijzondere bescherming van de scheepvaart; verminderde belasting voor goederen in eigen schepen aangevoerd; vrijstelling van recht van goed onder eigen vlag aangebracht; bepalingen als in Cromwell's navigation act enz., maar vooral het middel van invoerrechten.

De invoerrechten zijn het voornaamste restant van de oude mercantilistische

politiek; zij waren toen hèt middel.

Een van de bezwaren tegen protectionistische maatregelen in den vorm van invoerrechten aangevoerd, is, dat zij leiden tot prijsverhooging en tot het nemen van represaillemaatregelen door het buitenland. Anderen zeggen, dit is onjuist: de invoerrechten helpen den vreemdeling belasten, want de importeerende buitenlander betaalt ze; en typisch is de poging van Eduard IV die, op dien grond eigenmachtig, zonder het parlement er in te kennen, de invoerrechten wilde verhoogen. Het parlement accepteerde die leer echter niet, en terecht. Die leer kan niet juist zijn en v. z. v. juist ware, dat het invoerrecht voor rekening van den importeur zou blijven, dat dan de vreemdeling het recht zou betalen. De importeur kan immers een ingezetene zijn. Het is ook een onbegrijpelijk argument in den mond van protectionisten. Wat is toch de bedoeling van protectionistische zijde met de heffing van dit recht? Men zegt, als buitenlandsche concurrenten zoo goedkoop kunnen importeeren, dat de binnenlandsche ondernemers het afleggen moeten, koopen de ingezetenen natuurlijk het buitenlandsch product en dit wil men voorkomen, door gelijkmaking der kansen, d. m. v. heffing van een invoerrecht. Deze reden is op zichzelf van het standpunt van den binnenlandschen fabrikant zeer rationeel; maar als de maatregel op den invoer toch geen invloed heeft, als de prijs van het ingevoerde hetzelfde blijft en de invoer door den buitenlander niet vermindert, mist de protectie volkómen haar doel. Ook de stelling der protectionisten, dat invoerrecht met tot prijsverhooging zou leiden, is onjuist. Nu is het mogelijk, dat als later tengevolge van den hoogeren prijs, de inheemsche nijverheid opbloeit, zij later den prijs verlaagt, maar protectionistische maatregelen zullen zeker althans in den beginne prijsverhooging tengevolge hebben. Men argumenteert meestal op verwarrende wijze. Protectionistische maatregelen zegt men, moeten genomen worden om de door het buitenland in den vorm van uitvoerpremies enz. getroffen maatregelen teniet te doen, want die maatregelen hebben tengevolge dat levenskrachtige inheemsche industrieën worden doodgedrukt voor zij tot ontwikkeling zijn gekomen. En zij worden uitgegeven voor tijdelijke maatregelen van verweer, die later den vrijhandel zullen helpen bevorderen. Eene dergelijke redeneering vindt men in het Verslag over de Tarief wet Kolkman. Als dan de tegenstanders vragen, welke industrieën in zoodanige positie verkeeren dat zij die hulp behoeven, dan kan men die niet aanwijzen en maakt men er zich af met de frase dat in het algemeen de nationale industrie moe

worden beschermd. . , .

Zoolang wij nationale organisaties hebben, bepaalde staten met eigen gebied,

een eigen bevolking en eigen belangen, is het rationeel de belangen dier gemeenschap op den voorgrond te stellen. En het protectionisme is van dit beginse