Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eene toepassing. ') Maar daarom is het niet noodzakelijk, dat er protectionistische maatregelen worden genomen, evenmin als een uitgebreide arbeidswetgeving over de geheele wereld, zonder meer, noodzakelijk moet worden geacht. Nu is ook waar, dat alleen als men aanneemt dat de Staat zich nergens mee mag bemoeien, er ook op het gebied van den handel noodzakelijk vrijheid zijn moet. Wordt de leer der Staatsonthouding echter verworpen, dan is er geen principieel argument aan te voeren tegen protectionistische maatregelen. In zoover staan dus de oud-liberalen tegenover de protectionisten het sterkst.

Nu vloeit uit de principiëele erkenning van het recht tot protectionistische maatregelen niet voort, dat ze daarom ook genomen moeten worden. Bij de beoordeeling hiervan is van groot gewicht de overweging, dat door die maatregelen de internationale verhoudingen er niet beter op worden. Richakd Cobden, eerst tegenstander der graanrechten, later aanvoerder der vrijhandelaars schoof terecht op den voorgrond, dat vrijhandel tot „peace and good will between the nations" leidt. Een van de oorzaken voor de tegenwoordige ontstemming onder de menschen is het protectionisme. Het streven tot hermetische afsluiting van de landen, met de uitdrukkelijk uitgesproken bedoeling van bevoordeeling ten koste van het buitenland werkt verderfelijk, vooral op de bewoners van een land als Engeland, dat steeds de kampioen voor den vrijhandel geweest is. En hiertoe moet men de pogingen terugbrengen van een Chamberlain, om moederland en koloniën tot één tol gebied te organiseeren. Het protectionisme is een van de oorzaken tot verbittering tusschen Engeland en Duitschland. Men moet dus rekening houden met de kans op verslechtering der internationale verhoudingen en overwegen of dit nadeel opweegt tegen het voordeel van bevordering der eigen nijverheid.

Intusschen, het is een illusie te meenen dat d. m. v. invoerrechten voordeelen zouden zijn te behalen. Tegen protectionistische maatregelen in anderen vorm bestaan niet zulke bezwaren, zelfs is het plicht der overheid hiertoe over te gaan bij aanwezigheid van de noodige gegevens. Daartoe is een tijdelijk subsidie uit de algemeene kas de meest aangewezen vorm, een vorm zoowel in Nederland als in Engeland toegepast; wij deden dit bij de J.C.J.-lijn, de K.P.M. en vooral bij de Hollandsche Lloyd. Zulk een vorm biedt verschillende voordeelen aan en mist nadeelen. (Zie pag. 17).

Bij de heffing van invoerrechten groeien daarmee langzamerhand andere, hoogere belangen in zoodanige mate samen, dat men die door opheffing dier rechten niet kan kwetsen. Immers de werking daarvan kan men niet beperken tot een bepaalde industrie. Invoerrechten werken in op allerlei bedrijven; men wil er bestaande bedrijven door voorthelpen of nieuwe door scheppen, maar,

het eerste gevolg is, dat allerlei binnenlandsche artikelen er duurder door worden en van de hoogere prijzen wordt geprofiteerd juist door de ondernemers, die dit het minst noodig hebben, in het algemeen de ondernemerswinst nog meer stijgt, en

het tweede bezwaar is, dat in verband met de prijsverhooging, de niet geprotegeerde industrieën geschaad worden in hun „Concurrenzfahigkeit". Als

') Al is de vorm van invoerrecht een ongelukkige.

13

Sluiten