Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

digde allerlei stoffen en voorwerpen en wat men maakte, was uitstekende waar. Het laken van Leiden, het linnen van Haarlem en het aardewerk van Delft waren zelfs in

vreemde landen beroemd.

De bewoners van het platteland waren niet zoo lijk als de stedelingen. Toch was hun toestand beter, dan die ooit geweest was. In het eerste tijdperk van den oorlog hadden de dorpelingen veel van de Spaansche soldaten te lijden gehad. Maar sedert de Spanjaarden uit ons land verdreven waren, gingen ze vooruit. Nu kwamen er geen vijanden meer, om hun korenvelden te vertrappen, hun vee te rooven en hun woningen te verwoesten. Het was ook een groot voordeel voor de boeren, dat de bewoners der steden zoo welvarend waren. Daardoor kregen ze hoogere prijzen voor hun koren, hun boter en kaas.

In de laatste helft van den Tachtigjarigen Oorlog waren in Holland groote waterplassen drooggemalen en tot bouwen weiland gemaakt. Ook daardoor werd in die streken de welvaart grooter. Het droogmalen van zoo n plas kostte veel moeite en geld. Eerst moest men een kanaal met hooge dijken rondom het water graven en dit kanaal door een andere vaart met de zee of een rivier in verbinding brengen. Daarna moesten op de dijken windmolens gebouwd worden, die het water uit den plas in het kanaal konden malen. Al die moeite werd echter ruim beloond door den vruchtbaren grond, dien men zoodoende verkreeg.

Uit alles, wat we gelezen hebben, blijkt ons, dat de tijd waarover we nu spreken, de bloeitijd van ons land was. Beter jaren dan vo'ór en na den Vrede van Munster heeft ons volk nooit gekend. Daarom noemt men de eeuw tusschen de jaren 1600 en 1700 wel de Gouden Eeuw voor ons land.

Sluiten