Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn ze gesloten. Bij avond zou het ons in de stad ook niet meevallen. We zouden weinig te zien krijgen, want de straten worden zeer slecht verlicht. Hier en daar hangt dan aan de huizen een lantaarn met een vetkaars er in. 't Is dus beter, dat we ons bezoek over dag brengen. Dan kunnen we naar hartelust rondzien.

Voor den modder behoeven we niet erg bang meer te zijn, ook niet al had het pas geregend, want de straten zijn met steenen en keien bevloerd. Let eens op de gebouwen ter weerszijden van de straat. Houten huizen zien we haast niet meer; de meeste zijn van steen. Welk een menigte groote en fraaie woningen treffen we aan! Geen wonder, als we bedenken, hoeveel schatrijke kooplieden er in de stad wonen. Zie eens naar boven; de gevels van vele huizen loopen trapsgewijze spits toe. Vele gebouwen zijn winkels, maar de groote, fraaie winkelramen van tegenwoordig ontbreken er nog in. Hier en daar zien we voor een huis op straat goederen uitgestald. Om ze voor den regen te beschermen, heeft men aan het huis een uitsteeksel, een soort afdak aangebracht, dat men luifel noemt. Onder zulke luifels zien we ook vele handwerkslieden, zooals schoenmakers, kuipers en anderen, hun werk uitoefenen.

Het is druk op de straat. Kooplieden, die naar hun kantoor gaan, knechts, die zich naar pakhuis of werkplaats begeven, dames en heeren, jongens en meisjes, allen loopen her- en derwaarts. Boeren rijden er met hun wagens en karren, om kaas, boter of veldvruchten naar de markt te brengen. Een enkele maal ontmoeten we de fraaie koets van den een of anderen rijken burger, met vurige paarden bespannen.

Let eens op de kleeding van de menschen, die we

Sluiten