Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

pen, zien we verscheiden mesthoopen, soms vlak aan den weg, waarin kippen en varkens krabben en wroeten. Hier en daar bemerken we ook een hooiberg of een korenmijt. Enkele appel- en pereboomen staan naast en voor de huizen.

Mooi is het in het dorp niet en veel is er niet te zien. We zullen daarom maar weer den terugweg aannemen. Het is ons gebleken, dat de leefwijze der boeren heel eenvoudig is. Met hun voedsel is dit ook het geval. Ze eten meest meelspijzen, wortelen, knollen, erwten, boonen, vleesch en spek. Aardappelen zijn nog onbekend. Koffie en thee, die in de stad al gedronken worden, gebruiken de boeren ook nog niet. Hun dagelijksche drank is water, hun feestdrank bier.

Het dorp, dat we bezocht hebben, ligt in een der lage gedeelten van ons land. Vandaar dat we zooveel groenland aantroffen. In de hooge, zandige streken ziet het er iets anders uit. Daar zijn meer bebouwde akkers en minder weiden. Ook treffen we er nog groote, uitgestrekte bosschen aan. Het bouwland ligt rondom de dorpen.

Aan den eenen kant ervan vinden we vaak het bosch, aan de andere zijde de eenzame heide. Bosch- en heideveld worden door de dorpelingen gemeenschappelijk gebruikt; het eerste, om er hout te kappen, het laatste, om er de schapen op te weiden en zoden te steken voor brandstof. De huizen in deze dorpen zijn nog eenvoudiger dan in de lage streken van ons land. De lage zijwanden bestaan uit gevlochten takken, vaak met leem dichtgesmeerd. De voor- en achtergevel zijn van hout of ook wel van zoden. De meeste woningen bestaan maar uit één vertrek.

De bewoners zijn hier ook minder welvarend dan in de

Sluiten