Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nederlandsche schippers niet meer zoo noodig; ze haalden en vervoerden hun waren zelf.

Dit was echter niet de eenige reden van den achteruitgang. Er was bij onze voorouders ook heel wat eigen schuld bij. In de zeventiende eeuw reisden de kooplieden zelf met hun schepen naar andere landen, om te zien, waar ze het best konden koopen en verkoopen. Maar nu niet meer. Nu vond men het gemakkelijker, om maar rustig thuis te blijven en anderen uit te zenden, om handel te drijven. Zelfs, waren er velen, die in 't geheel geen handel meer dreven, maar een lui leventje gingen leiden van het geld, dat hun vaders en grootvaders hadden verdiend.

Ook met de haringvangst was het niet meer als vroeger. Toen wilde men in alle landen Hollandsche haring hebben, omdat die zoo voortreffelijk was. In de achttiende eeuw echter had men de Engelsche haring liever. Eigen schuld alweer! Men was hier slordig geworden bij het inzouten en verzond de visch in vaten van slecht hout, waar ze ook al niet beter van werd.

Nu er minder schepen op zee gingen voor den handel en de vischvangst, behoefden er natuurlijk ook minder gebouwd te worden. Verdwenen was nu de groote drukte op scheepstimmerwerven, in zeilmakerijen en kuiperijen. Ook daar dus achteruitgang.

Maar nog erger was dit bij de andere nijverheid. Er was een tijd, dat het Hollandsche laken en linnen in vreemde landen beroemd waren. In de achttiende eeuw echter niet meer. Toen maakte men in het buitenland die stoffen al beter dan bij ons. Daar ging de nijverheid vooruit; hier werd ze hard minder.

Nu moet je echter niet meenen, dat onze kooplieden en fabrikanten erg leden onder den achteruitgang. Ze

Sluiten