Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dienen en hun koning bij te staan. Deze troepen trokken naar Noord-Brabant, waar ze eerst bleven en waar de vrijwilligers geoefend werden. Om dienzelfden tijd lagen een aantal van onze oorlogsschepen op de Schelde bij Antwerpen, om dienst te kunnen doen, als men ze noodig had.

In Februari 1831 dreef één van die schepen door den wind te dicht naar den wal en raakte aan den grond vast. Een bende opstandelingen uit Antwerpen beklom toen het vaartuig en eischte van den bevelhebber, luitenant Van Speyk, dat hij het zou overgeven. Maar daaraan dacht deze krijgsman niet. Toen hij zag, dat verdediging niet mogelijk was, ging hij naar de kruitkamer van zijn schip en stak het kruit in brand. Met allen, die er op waren, vrienden en vijanden, vloog het vaartuig in de lucht.

Nog altijd had de koning zijn leger geen bevel gegeven, om België — zoo noemden de opstandelingen hun land nu — binnen te trekken. Maar toen de Belgen in den zomer van 1831 zich een anderen koning kozen, was zijn geduld uit. Toen klonk het bevel: voorwaarts! De Prins van Oranje, de held van Waterloo, stond aan het hoofd van onze troepen.

In twee veldslagen, bij Hasselt en Leuven, werden de Belgen verslagen. In het eerste gevecht sloeg hun leger spoedig op de vlucht, maar bij Leuven werd heviger gevochten. Ook hier echter won de Prins van Oranje glansrijk den slag. Nu kwam evenwel een Fransch leger de Belgen te hulp. Daar de Koning geen oorlog met Frankrijk wilde, moesten onze troepen terugtrekken. Tien dagen, van den '2den tot den 12den Augustus 1831, had de krijgstocht geduurd. Men noemt dien daarom den

Sluiten