Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6. Na Karei den Grooten.

(Negende en tiende eeuw.)

Vooral de laatste jaren van Kareis regeering waren een gelukkige tijd voor zijn volk geweest. Jammer, dat die slechts zoo kort mocht duren.

De opvolgers van den machtigen keizer waren geen mannen als hij. Ze waren niet in staat, het groote rijk goed te besturen. Reeds onder de regeering van Kareis zoon, Lodewijk, begon de ellende. Toen de zoons van dezen vorst volwassen waren geworden, voerden ze oorlog tegen hun vader, om een deel van het rijk machtig te worden. En na Lodewijks dood voerden de broers onderling een hevigen strijd. Het gevolg van deze oorlogen is geweest, dat het Frankische rijk in twee deelen werd gesplitst, Oost- en West-Frankenland. Uit het eerste is later Duitschland, uit het laatste Frankrijk ontstaan. Ons land en het grootste deel van Zuid-Nederland behoorden tot Oost-Frankenland.

Je zult wel begrijpen, dat de onderlinge strijd der genoemde vorsten veel onheil over het land bracht. Maar oneindig grooter nog was de ellende, die veroorzaakt werd door de invallen der Noormannen.

De Noormannen waren de bewoners van Noorwegen, Zweden en Denemarken. In dien tijd waren het woeste roovers. Met vreemd gebouwde schepen staken ze de Noordzee over en deden invallen in het Frankische rijk. Reeds in den tijd van Karei den Grooten waren ze daarmee begonnen. De machtige keizer had echter de kust en de riviermonden door sterke vloten laten bewaken, zoodat men toen nog niet veel van hen te lijden had.

Sluiten