Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Opgave. Maak een opstel over de kruistochten. Vertel:

a. wat dat voor tochten waren en waarom men ze deed;

b. wie aan die tochten deelnamen en waarom. Ook:

c. welke gevolgen ze hebben gehad.

9.

I.

Na de Kruistochten.

(Nieuwe steden.)

In de vorige les heb ik je verteld, dat door de vrijwording der hoorigen en lijfeigenen de bestaande steden volkrijker werden en dat menige kleine, gunstig gelegen plaats een stad werd.

Wanneer kon nu een plaats een stad genoemd worden?

Zoodra ze van den vorst stadsrechten kreeg, waarvoor ze meestal een flinke som gelds betaalde. Welke rechten waren dat? Een der voornaamste was wel de vergunning van den vorst, om de woonplaats met een gracht en een wal te mo-

Een stadspoort.

gen omringen.

Dat was noodig

voor de veiligheid der inwoners, die zich nu bij een aan-

Sluiten