Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De oorlog heeft er zelfs nog toe meegewerkt, dat de bloei, vooral van de Hollandsche en Zeeuwsche steden, grooter werd. Toen Parma, de dappere en bekwame Spaansche landvoogd van Zuid-Nederland, in 1585 Antwerpen veroverde, gingen vele kooplieden uit deze stad naar het Noorden, meest naar Amsterdam. Dat waren Hervormden, die in Antwerpen niet mochten blijven. Ze konden dat trouwens ook niet, omdat in hun oude woonplaats geen handel meer mogelijk was, daar de Zeeuwen geen koopschip de Schelde lieten opvaren. Het waren rijke en bekwame handelaars, die zoo in ons land kwamen en de handel werd daar beter door.

Je weet, waar onze kooplieden met hun schepen zoo al heen trokken. In sommige jaren gingen wel 800 vaartuigen naar de Oostzee, de meeste om koren en hout te halen. Uit de landen aan de Middellandsche Zee werden zuidvruchten en wijn, uit de havens van Portugal Indische waren gehaald. Al deze goederen brachten onze schippers naar de landen, waar men er behoefte aan had. Als je nu nog bedenkt, dat jaarlijks meer dan 1000 schepen op de haringvangst gingen, dan begrijp je, dat er nog al wat vaartuigen noodig waren. Het zagen van hout, wat vooral in de Zaanstreek plaats had, het bouwen van schepen, het maken van zeilen en touwwerk, dat alles bracht leven en drukte in de meeste steden.

Zoo straks zei ik, dat onze kooplieden de Indische waren uit de Portugeesche havens haalden. Nu werd dat lastig en gevaarlijk voor hen, toen Portugal in 1580 in de macht van Spanje kwam. Soms liet koning Filips de schepen aanhouden, de lading in bezit nemen en het scheepsvolk als slaven verkoopen. Daarbij kwam nog, dat onze voorouders durf hadden en lust, om onbekende streken op te zoeken. Zoo ontstond bij hen de begeerte,

Sluiten