Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kleine ramen met vaak gescheurde ruitjes. Bovendien had de heer van het dorp meestal het recht, den onderwijzer te benoemen, en hij achtte een afgedankten koetsier of tuinman bekwaam genoeg voor dat ambt. Wat er zoo van het leeren terecht kwam, kun je wel denken.

In de steden was het beter; daar bestonden meer scholen en deze waren ook niet zoo slecht. Op onze scholen geleken ze echter nog niet.

Gelukkig, dat thans overal, op het land zoowel als in de stad, goed onderwijs gegeven wordt.

Opgave. Maak een opstel met het opschrift: Uit de achttiende eeuw. Vertel daarin:

a. iets van den achteruitgang in de achttiende eeuw,

b. de voornaamste oorzaken daarvan;

c. iets van het leven der rijke kooplieden en regentenfamiliën.

Vertel ook:

d. iets van de armoede van het geringe volk, het bedelen en het stelen;

e. iets van den toestand der boeren in Holland en Zeeland en in de landprovinciën;

f. iets van het onderwijs op het platteland en in de steden.

25. De voornaamste gebeurtenissen der achttiende eeuw.

Stadhouder Willem III stierf in 1702 en liet geen kinderen na. Nu besloten de Staten van Holland, Zeeland, Utrecht, Gelderland, Overijsel en Drente, geen opvolger voor hem te benoemen. Voor deze gewesten begon dus het tweede stadhouderloos tijdperk. Dat dit geen beste tijd voor ons land was, kun je uit de vorige les al weten; 't was immers een deel van de Eeuw van Verval. Nog om een andere reden echter is dit tijdperk ongunstig bekend. Er gebeurde nl. heel wat verkeerds door de regen-

Sluiten