Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toren wordt het door groote en kleine buizen naar de

huizen der stad geleid.

In de woningen zijn het vooral de verwarming en de verlichting, die de grootste verandering hebben ondergaan. De ouderwetsche haardvuren, die brandden onder een hoogen, wijden schoorsteenmantel, zijn verdwenen en door kachels vervangen. In sommige groote gebouwen heeft men deze ook al niet meer, maar wordt het geheel verwarmd door één toestel, dat de warmte naar de verschillende vertrekken voert. De verwarming van tegenwoordig is beter dan die van vroeger en evenzoo is het met de verlichting.

In het begin der negentiende eeuw brandde men kaarsen, geplaatst op lichtkronen of op kandelaars, in de woonkamers der rijken en gegoeden. Walmende tuitlampen met raapolie verlichtten keuken, stal en schuur en ook de woningen der geringere lieden. Een heele verbetering was het al, toen men patent-olie, d.i. gezuiverde raapolie, ging branden en lampen kreeg, die van een kousje en een glas waren voorzien. Veel beter nog werd het in de tweede helft der negentiende eeuw, toen men in de steden gasfabrieken kreeg, terwijl op het platteland overal petroleumlampen in gebruik kwamen. Beter licht kon men toch niet verlangen, meenden de menschen. En tegenwoordig vindt men op sommige plaatsen gas en petroleum al niet helder genoeg meer en worden vele steden en dorpen en ook tal van gebouwen

electrisch verlicht.

De grootste van alle veranderingen, die de negentiende eeuw gebracht heelt, werd veroorzaakt door den stoom. Reeds in de laatste helft der achttiende eeuw waren de stoommachines uitgevonden, maar pas in 't begin dei negentiende kwamen ze langzamerhand in gebruik. Zoo

Sluiten