Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dikwijls bediende de Heere zicli ook van. gelijkenissen. Dit zijn kleine verhalen, die niet werkelijk gebeurd zijn, maar de eene of andere waarheid duidelijk maken.

Zoo vertelde Jezus eens de gelijkenis van den zaaier om te wijzen op den verschillenden ontvangst, welke het gepredikte woord ten deel valt. Een zaaier, zeide hij, ging uit om te zaaien. Nu viel een deel van het zaad op den weg en het werd vertreden of opgegeten door de vogels. Een ander deel viel op de steenrots. Snel schoot het op; maar, omdat het het geen diepte van aarde had, verdorde het. Een derde deel viel in de doornen en deze verstikten het. Eén deel echter viel in goede aarde en droeg vrucht 100, 60, en 30 voud. Den zin dezer gelijkenis verklaarde Jezus aldus: Het zaad is het Woord Gods. Het zaaien is de prediking van dat woord. Degenen, bij wie op den weg gezaaid wordt, zijn zij, die het woord hopren zonder vrucht; met hen, bij wie het zaad op de steenrots valt, bedoelde de Heere die menschen, die het woord met vreugde hooren, maar, als het gehoorzamen moeite medebrengt, aanstonds afvallen. In de derde plaats: het zaad dat tusschen de doornen valt doelt op hen, die het woord hooren niet zonder indruk, maar bij wie deze verloren gaat door de drukte des levens en het jagen naar genot, En eindelijk zij, bij wie het zaad vrucht draagt, zijn degenen, die het woord hooren en er door tot bekeering worden geleid.

"Welke lange rede heeft de Heere eens gehouden?

Wie prees Jezus zalig?

Hoe noemde Jezus de onderdanen van zijn Koninkrijk?

Welk gebed leerde de Heiland zijnen discipelen?

Wat zijn gelijkenissen?

Hoe luidt de gelijkenis van den zaaier?

Hoe verklaarde de Heere haar?

Tekst: Mattheus 7:7.

Leeren: Psalm 119:53; Gezang 79:5.

Sluiten