Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Les 14. Enkele gelijkenissen (vervolg).

Mattheus 25:1—13; 7:24—29; Lukas 18:1 — 14.

Behalve de gelijkenissen in de vorige lessen genoemd verhaalde de Heere er nog vele aan zijne hoorders. Zoo zijn er 2, waarin liij hen opwekte om toch te bedenken wat tot hunne zaligheid diende en zich met het oog op de eeuwigheid niet met

een valsche hoop te vleien.

De eerste dezer gelijkenissen is die van de 5 wijze en 5 dwaze maagden. 10 Maagden gingen uit om deql te nemen aan eene bruiloft. Daartoe hadden ze allen lampen; want, zonder brandende lamp mochten zij de feestzaal niet binnen gaan. Maar, 5 hadden, zeer

Oostersche lampen.

zorgeloos, niet genoeg olie in hunne lampen. Toen nu de bruidegom lang weg bleef vielen allen in slaap. Te middernacht wekte hen echter de "roepstem: Zie de bruidegom komt, gaat uit hem tegemoet. Slechts 5 hadden nu nog een brandende lamp. Dezen werden binnengelaten. Zij, wier lamp was uitgegaan, klopten echter ver- , geefs. Zoo, wil de Heiland zeggen, zullen er ook velen zijn die hopen den hemel in te gaan, maar die te laat zullen bemerken, dat zij missen wat hun daar toegang verschaft.

De andere gelijkenis verhaalt van 2 menschen, die ieder een huis bouwden. De een bouwde het op het zand. De ander op de

Sluiten