Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wat leerde Jezus in de gelijkenis der wijze en dwaze maagden en van de 2 bouwlieden?

Hoe luidt de gelijkenis van de wijze en dwaze maagden?

Hoe die van de 2 bouwlieden?

In welke gelijkenissen gaf Jezus onderwijs over het gebed?

Hoe moeten wij gestemd zijn bij ons gebed?

Hoe luidt de gelijkenis van de rechtzoekende weduwe ?

Wat leert Jezus in deze gelijkenis?

Waarom verwonderde men zich over Jezus' onderwijs?

Tekst: Mattheus 25:13.

Leeren: Psalm 109 : 18; Gezang 73 : 12.

Les 15. De hoofdman te Kapernaum; de jongeling te Nain; de boetvaardige zondares.

Lukas 7.

Toen Jezus weer te Kapernaum was riep een romeinsch hoofdman zijne liulp in voor zijn zieken knecht. De Heiland begaf zich op weg om den kranke te bezoeken; maar, toen hij nabij de woning was, zond de hoofdman eenige vrienden om hem te zeggen: „Heere, neem de moeite niet, want ik ben niet waardig, dat gij onder mijn dak zoudt inkomen. Spreek slechts één woord en mijn knecht zal behouden worden." De hoofdman toonde aldus niet alleen zijn ootmoed, maar ook zijn geloof in Jezus macht. De Heere zeide dan ook tot de schare: „Ik zeg ulieden, ik heb zoo groot een geloof zelfs in Israël niet gevonden. ' Zulk een groot geloof werd niet beschaamd. Toen de boden wederkeerden vonden zij den knecht genezen.

Den volgenden dag ging Jezus naar de stad Naïn en velen volgden hem. Nabij de stad ontmoette hem een lijkstoet. De eenige zoon eener weduwe werd grafwaarts gedragen en weenend volgde de bedroefde moeder met vele inwoners. En de Ileere, haar ziende, werd met ontferming over haar bewogen en zeide: „Ween niet." De dragers stonden inmiddels stil. Daarop raakte Jezus de baar aan en zeide: „Jongeling, ik zeg u sta op. En de doode zat overeind en begon te spreken. En vreeze beving

Sluiten