Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

"Wie riep te Kapernaum Jezus' hulp in?

Wat liet hij Jezus zeggen, toen deze naar hem op weg was?

Wat toonde de hoofdman hierdoor?

Wat zeide Jezus omtrent zijn geloof?

Wat zag en wat deed Jezus te Naïn ?

Bij wien gebruikte Jezus eens den maaltijd?

Wat gebeurde aan dien maaltijd?

Welke gelijkenis verhaalde Jezus aan Simon?

Wat zeide Jezus door deze gelijkenis tot Simon?

Welk woord sprak Jezus tot de vrouw?

Tekst: Johannes 11:25.

Leeren: Psalm 62:5; Gezang 191:3.

Les 16. De storm op zee; Jezus te Gadara; de opwekking van het dochtertje van Jaïrus.

Marcus 4 : 35—5 : 43 ; Lucas 8 : 22—-56.

Eens voer Jezus naar de andere zijde der Galileesclie zee. Yermoeid sliep hij op het achterschip, toen een storm opstak, waardoor het schip vol water geraakte en dreigde te zinken. Anstig wekten hem daarom de discipelen en zeiden: „Meester, bekommert het u niet, dat wij vergaan." Toen stond Jezus op en bestrafte den wind en de golven en daar werd groote stilte. Daarna zeide hij tot de discipelen: „Wat zijt gij zoo vreesachtig, hoe hebt gij geen geloof?" Zij hadden moeten begrijpen, dat zij met Jezus in het schip, niets hadden te vreezen. Met eerbied riepen zij uit: „Wie is toch deze, dat ook de wind en de zee

hem gehoorzaam zijn?"

Toen hij aan de overzijde kwam, in het land der Gadarenen, ontmoette hem aldaar een van den duivel bezetene, die altijd op de bergen en in de graven was, zich zeiven mishandelend. Vruchteloos had men gepoogd hem te bedwingen; want, ook zelfs ketenen verbrak hij. Deze kwam tot Jezus en aanbad hem. Maar de booze geesten in hem begonnen te roepen, dat zij met Jezus niets te doen wilden hebbeD. Doch Jezus gebood hun den man te

Sluiten