Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verlaten. En zij gingen uit en voeren in eene kudde zwijnen, die daar graasde, en deze stortte van de steilte af in de zee. Toen gingen de zwijnenhoeders henen en boodschapten dit in de stad. Als nu de inwoners kwamen en den bezetene genezen zagen, maar hunne zwijnen omgekomen, woog het verlies van deze hun meer dan de redding' van den ongelukkige. Daarom baden zij Jezus, dat hij hun land zou verlaten.

Als Jezus na dit bezoek aan het land der Gadarenen weer te Kapernaum was, kwam tot hem Jaïrus, de overste der synagoge. Zijn dochtertje was krank en hij bad den Heere het te genezen. Jezus ging met hem en velen volgden. Onder deze was ook eene vrouw, die reeds 12 jaar krank was en vergeefs hulp bij de dokters gezocht had. Deze had zóó groot geloof in Jezus, dat zij meende, dat reeds eene aanraking van zijn kleed haar zou genezen. Zij deed het en dacht, dat niemand het bemerkte. Maar Jezus zeide, dat hij het wel wist en voegde haar toe: „Uw geloof heeft u behouden." Inmiddels kwamen boden met de tijding, dat Jaïrus dochtertje was gestorven. Doch Jezus sprak: „Vrees niet, geloof alleen." Toen men nu het huis bereikte zond Jezus allen weg. Met de ouders en Petrus, Jacobus en Johannes, bleef hij met de doode, greep haar bij de hand en zeide: „Talitha Kumi," dochtertje sta op. En het kind stond op en wandelde.

Wat gebeurde op de Galileesche zee ?

Wat zeide de discipelen tot Jezus en wat zeide Jezus tot hen?

Wat riepen zij na het wonder eerbiedig uit?

Hoe heette het land, waar Jezus heenging?

Wie* ontmoette hem daar?

Wat riepen de booze geesten?

Waar gingen zij heen, nadat zij den man verlaten hadden?

Wat deden de inwoners van die streek?

Wie kwam in Kapernaum Jezus' hulp vragen?

Welk wonder vond op weg plaats?

Wie gingen met Jezus in het huis?

Wat zeide Jezus tot de doode?

Tekst: Mattheus 14:36b.

Leeren: Psalm 77 : 7; Gezang 28 : 5.

Sluiten