Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wat vroeg Jezus haar en waarom bevreemde haar dit? Wat liet de Heere haar bemerken?

Wat yroeg zij, toen zij wist, dat Jezus een profeet was ? Wat antwoordde Jezus haar?

Tekst: Jesaia 42:3.

Leeren: Psalm 23 : 1; Gezang 39 : 5.

Les 8. De koninklijke hoveling. Prediking te Nazareth.

Johannes 4 : 43—54. Lukas 4 :16—30.

Na een verblijf van 2 dagen te Sichar ging Jezus naar Kana. Nauwelijks was hij daar of uit Kapernaum kwam een koninklijk hoveling. Diens zoon was krank en hij begeerde, dat Jezus met hem zou gaan en zijn kind genezen. De Heiland stelde eerst den man op de proef; maar, toen hij bleef vragen: „Heere kom af eer mijn kind sterft," zeide Jezus tot hem: „Ga henen, uw zoon leeft." En de hoveling geloofde Jezus' woord en ging henen. Onderweg kwamen reeds zijne knechten hem tegemoet met de boodschap: uw zoon leeft. Toen hij hun nu vroeg, wanneer hij beter was geworden, bleek dit te zijn geschied op hetzelfde uur, waarop Jezus had gezegd: „Uw zoon leeft". En de hoveling geloofde

in Jezus en zijn geheele huis. _

Naast dezen hoveling met zijn oprecht geloof in den Heiland stonden echter zeer velen, die van Hem niets wilden weten en hun vijandschap duidelijk toonden. Zoo was liet o. a. te Nazareth. Toen hij daar eens was op den Sabbat ging Jezus volgens zijn gewoonte naar de Synagoge. En hem werd gegeven het boek van den profeet Jesaia. Toen las hij het begin van het 61ste hoofdstuk, dat eene profetie omtrent den Messias bevat. Daarna ging hij zittèn en zeide,

Sluiten