Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Les 12. De gelijkenissen van Lukas 15.

Lukas 15.

Eens kwamen tot Jezus vele zondaars en tollenaars. De Farizeeën ergerden zich hierover, want zij verachtten hen en wilden zich geheel niet met hen bemoeien. De Heere wilde hun nu doen gevoelen, hoe God heel anders gezind is dan zij en hoe Hij den berouwhebbenden zondaar niet afstoot, maar gaarne aanneemt en de zonden vergeeft. Daartoe verhaalde hij de volgende gelijkenis: Iemand had 2 zonen. De jongste kwam tot zijn vader en vroeg om zijn erfdeel. Toen hij het had ontvangen reisde hij naar een vergelegen land en daar leefde hij in overdaad. Als hij nu alles verteerd had kwam er hongersnood en hij begon gebrek te lijden, zoodat hij zich als zwijnenhoeder verhuurde. En hij begeerde als voedsel den draf, dien de zwijnen aten, maar niemand gaf hem dien.

Toen kwam de verloren zoon tot zich zeiven. Hij dacht aan zijn vader en hoe goed die voor hem was geweest. En hij werd zeer bedroefd en had groot berouw, dat hij hem had verlaten. En hij stond op en keerde terug om hem schuld te belijden en vergeving te vragen. Als hij nu nog verre was, zag hem zijn vader en toeloopende viel hij hem om den hals en kuste hem. En de zoon zeide: „Vader, ik heb gezondigd tegen den hemel en tegen u en ben niet meer waardig uw zoon genaamd te worden". Maar de vader beval hem het beste kleed aan te doen en een ring aan zijn hand en schoenen aan zijne voeten en het gemeste kalf te slachten. En zij begonnen feest te vieren.

Als nu de oudste zoon dit bemerkte was hij zeer boos. Hij verachtte zijn broeder en wilde hem niet vergeven. Maar zijn vader bestrafte hem en wekte hem op ook blijde te zijn,

Sluiten