Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schreeuwden zeer. Maar hij stelde hen gerust en zeide: „Zijt welgemoed: Ik ben het; vreest niet." Daarna klom hij in het schip en de wind stilde. En de jongeren ontzetten zich.

Toen zij nu aan land gekomen waren kwamen weder vele zieken tot Jezus en hij genas hen.

Maar niet alleen onder Israël, ook onder de heidenen deed Jezus zijne wonderen. Zoo was hij eens nabij Tyrus en Sidon (2 steden in Fenicië). Daar bad hem eene vrouw om hulp voor haar van den duivel bezeten kind. Eerst beproefde de Heere haar geloof en antwoordde haar niet. Maar zij bleef aanhouden. Toen voegde hij haar toe: „Het is niet betamelijk het brood der kinderen te nemen en den hondekens voor te werpen." [De joden noemden n. 1. de heidenen honden]. Maar, de vrouw antwoordde; „Ja, Heere, doch ook de hondekens eten onder de tafel van de kruimkens der kinderen." Toen zeide Jezus: „O, vrouw, groot is uw geloof; u geschiede gelijk gij wilt." En haar kind werd gezond in diezelfde ure.

Waarom wilde Jezus met de apostelen alleen zijn?

Is Jezus daar met hen alleen gebleven?

Wat zeiden de discipelen, toen het avond werd?

Wat antwoordde Jezus op hun raad?

Hoeveel brooden en visschen hadden zij ?

Wat heeft Jezus toen gedaan ?

Welk wonder deed Jezus in den nacht?

Welk wonder deed Jezus aan eene heidensehe vrouw?

Waar was dat en welk gesprek had Jezus met haar?

Tekst: Johannes 6:35.

Leeren: Psalm 111:3; Gezang 64:1.

Sluiten