Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Les 19. Jezus op het Loofhuttenfeest; de genezing van den blindgeborene; opwekking van Lazarus.

Johannes 7, 8, 9, 11.

Reeds was het Loofhuttenfeest begonnen, toen Jezus te Jerusalem kwam. In het midden van het feest echter trad Jezus op in den tempel en men verwonderde zich over zijne leer. En velen geloofden. Dit vertoornde Israëls oudsten en zij trachtten dan ook hem gevangen te nemen, maar dit gelukte niet, want zijne ure was nog niet gekomen.

Toen Jezus hierop den tempel verliet zag hij een blindgeborene, welken hij genas. Daar dit wonder op den Sabbat geschiedde beschuldigden Israëls oudsten hem van Sabbatschennis. Ook ondervroegen zij den genezene om zoo mogelijk een punt van aanklacht tegen Jezus te vinden. Maar deze zeide, dat hij hunne booze bedoelingen doorzag en dat hij Jezus hield voor eenen, die door God gezonden was. Daarop wierpen zij den man uit de synagoge. Toen zocht Jezus hem op en maakte zich aan hem bekend als den Zone Gods. En hij geloofde in Hem.

In dezen tijd deed Jezus nog een ander wonder, dat de vijandschap der oudsten tegen hem zeer opwekte. In Bethanië, nabij Jerusalem, woonden 3 vrienden van den Heere: Lazarus en zijne zusters Martha en Maria. Nu werd Lazarus zeer krank. Aanstonds liet men dit aan Jezus zeggen, die van Jerusalem inmiddels naar den Jordaan was gegaan; maar nog 2 dagen wachtte de Heere voor hij naar Bethanië vertrok. Toen hij nu daar kwam lag Lazarus reeds 4 dagen in het graf. Weenend zeide Martha dan ook tot hem: „Heere, waart gij hier geweest, zoo ware mijn broeder niet gestorven." Maar Jezus antwoordde: „Uw broeder zal weder opstaan. Ik ben de Opstanding en het Leven; die in Mij gelooft zal leven, al ware hij ook gestorven!" Hierop ging Martha naar

Sluiten